- Home
- Over CGB
- Dossiers
- Oordelen
- Publicaties
- Nieuws
- Wetgeving
- Art. 1 Grondwet
- Over de wetgeving
- Algemene wet gelijke behandeling (AWGB)
- Art. 7:646 t/m 7:649 BW
- Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen (WGB)
- Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte (WGBH/CZ)
- Wet gelijke behandeling op grond van leeftijd bij de arbeid (WGBL)
- Artikel 125g en 125h van de Ambtenarenwet (AW)
- Wet onderscheid arbeidsduur (WOA)
- Wet onderscheid bepaalde en onbepaalde tijd (WOBOT)
- Wet onderscheid bepaalde en onbepaalde tijd (WOBOT) voor ambtenaren
- Besluit beroepsactiviteiten waarvoor het geslacht bepalend kan zijn
- Besluit gelijke behandeling
- Besluit werkwijze Commissie Gelijke Behandeling
- FAQ
Artikelen 7:646 t/m 7:649 van het Burgerlijk Wetboek (BW)
Burgerlijk Wetboek Boek 7, Bijzondere overeenkomsten
Boek 7. Bijzondere overeenkomsten
[…]
Titel 10. Arbeidsovereenkomst
[…]
Afdeling 4. Gelijke behandeling
Artikel 646
1. De
werkgever mag geen onderscheid maken tussen mannen en vrouwen bij het
aangaan van de arbeidsovereenkomst, het verstrekken van onderricht aan
de werknemer, in de arbeidsvoorwaarden, bij de arbeidsomstandigheden,
bij de bevordering en bij de opzegging van de arbeidsovereenkomst.
2. Van
lid 1 mag, voor zover het betreft het aangaan van de
arbeidsovereenkomst en het verstrekken van onderricht, worden afgeweken
indien het gemaakte onderscheid is gebaseerd op een kenmerk dat verband
houdt met het geslacht en dat kenmerk wegens de aard van de betrokken
specifieke beroepsactiviteiten of de context waarin deze worden
uitgevoerd, een wezenlijk en bepalend beroepsvereiste is, mits het doel
legitiem is en het vereiste evenredig aan dat doel is. Daarbij is
artikel 5, derde lid, van de Wet gelijke behandeling van mannen en
vrouwen van overeenkomstige toepassing.
3. Van lid 1 mag worden
afgeweken indien het bedingen betreft die op de bescherming van de
vrouw, met name in verband met zwangerschap of moederschap, betrekking
hebben.
4. Van lid 1 mag worden afgeweken indien het bedingen
betreft die vrouwelijke werknemers in een bevoorrechte positie beogen
te plaatsen ten einde nadelen op te heffen of te verminderen en het
onderscheid in een redelijke verhouding staat tot het beoogde doel.
5. In
dit artikel wordt onder onderscheid verstaan direct en indirect
onderscheid alsmede de opdracht tot het maken van onderscheid. Onder
direct onderscheid wordt verstaan onderscheid tussen mannen en vrouwen.
Onder direct onderscheid wordt mede verstaan onderscheid op grond van
zwangerschap, bevalling en moederschap. Onder indirect onderscheid
wordt verstaan onderscheid op grond van andere hoedanigheden dan het
geslacht, bijvoorbeeld echtelijke staat of gezinsomstandigheden, dat
onderscheid op grond van geslacht tot gevolg heeft.
6. Het in dit
artikel neergelegde verbod van direct onderscheid houdt mede in een
verbod op intimidatie en een verbod op seksuele intimidatie.
7. Onder
intimidatie als bedoeld in lid 6 wordt verstaan: gedrag dat met het
geslacht van een persoon verband houdt en dat tot doel of gevolg heeft
dat de waardigheid van de persoon wordt aangetast en dat een
bedreigende, vijandige, beledigende, vernederende of kwetsende omgeving
wordt gecreëerd.
8. Onder seksuele intimidatie als bedoeld in lid 6
wordt verstaan: enige vorm van verbaal, non-verbaal of fysiek gedrag
met een seksuele connotatie dat als doel of gevolg heeft dat de
waardigheid van de persoon wordt aangetast, in het bijzonder wanneer
een bedreigende, vijandige, beledigende, vernederende of kwetsende
situatie wordt gecreëerd.
9. De werkgever mag de werknemer die het in de leden 7 en 8 bedoelde gedrag afwijst of lijdzaam ondergaat, niet benadelen.
10.
Het in 1 neergelegde verbod van onderscheid geldt niet ten aanzien van
indirect onderscheid indien dat onderscheid objectief gerechtvaardigd
wordt door een legitiem doel en de middelen voor het bereiken van dat
doel passend en noodzakelijk zijn.
11. Een beding in strijd met lid 1 is nietig.
12.
Indien degene die meent dat te zijnen nadeel een onderscheid is of
wordt gemaakt als bedoeld in dit artikel, in rechte feiten aanvoert die
dat onderscheid kunnen doen vermoeden, dient de wederpartij te bewijzen
dat niet in strijd met dit artikel is gehandeld.
13. De leden 2 en 3 zijn niet van toepassing op het verbod van intimidatie en seksuele intimidatie, bedoeld in lid 6.
Artikel 647
1. De
opzegging van de arbeidsovereenkomst door de werkgever in strijd met
artikel 646 lid 1 of wegens de omstandigheid dat de werknemer in of
buiten rechte een beroep heeft gedaan op artikel 646 lid 1 of terzake
bijstand heeft verleend, is vernietigbaar.
2. Indien de werknemer
niet binnen twee maanden na de opzegging een beroep op deze
vernietigingsgrond doet, vervalt zijn bevoegdheid daartoe. Artikel 55
van Boek 3 is niet van toepassing.
3. Een rechtsvordering in verband met de vernietiging verjaart door verloop van zes maanden na de dag waartegen is opgezegd.
4. De opzegging, bedoeld in artikel 646 lid 1, maakt de werkgever niet schadeplichtig.
5.
De werkgever mag de werknemer niet benadelen wegens de omstandigheid
dat de werknemer in of buiten rechte een beroep heeft gedaan op artikel
646 lid 1 of terzake bijstand heeft verleend.
Artikel 648
1. De
werkgever mag geen onderscheid maken tussen werknemers op grond van een
verschil in arbeidsduur in de voorwaarden waaronder een
arbeidsovereenkomst wordt aangegaan, voortgezet dan wel opgezegd,
tenzij een dergelijk onderscheid objectief gerechtvaardigd is. De
opzegging van de arbeidsovereenkomst door de werkgever in strijd met de
vorige zin of wegens de omstandigheid dat de werknemer in of buiten
rechte een beroep heeft gedaan op het bepaalde in de vorige zin is
vernietigbaar. Artikel 647, leden 2 en 3, is van toepassing.
2. Een beding in strijd met lid 1 is nietig.
3. De opzegging, bedoeld in de eerste zin van lid 1, maakt de werkgever niet schadeplichtig.
4. De
Commissie gelijke behandeling, genoemd in artikel 11 van de Algemene
wet gelijke behandeling, kan onderzoeken of een onderscheid is of wordt
gemaakt als bedoeld in het eerste lid. De artikelen 12, 13, 14, 15, 20,
tweede lid, en 33 van de Algemene wet gelijke behandeling zijn van
overeenkomstige toepassing.
Artikel 649
1. De
werkgever mag geen onderscheid maken tussen werknemers in de
arbeidsvoorwaarden op grond van het al dan niet tijdelijke karakter van
de arbeidsovereenkomst, tenzij een dergelijk onderscheid objectief
gerechtvaardigd is.
2. De opzegging van de arbeidsovereenkomst door
de werkgever wegens de omstandigheid dat de werknemer in of buiten
rechte een beroep heeft gedaan op het bepaalde in lid 1, is
vernietigbaar. Artikel 647 leden 2 en 3 is van toepassing.
3. Een beding in strijd met lid 1 is nietig.
4. De
Commissie gelijke behandeling, genoemd in artikel 11 van de Algemene
wet gelijke behandeling, kan onderzoeken of een onderscheid is of wordt
gemaakt als bedoeld in lid 1. De artikelen 12, 13, 14, 15, 20, tweede
lid en 33 van de Algemene wet gelijke behandeling zijn van
overeenkomstige toepassing.
5. Het bepaalde in de leden 1 tot en met 4 is niet van toepassing op een uitzendovereenkomst als bedoeld in artikel 690.
- Art. 1 Grondwet
- Over de wetgeving
- Algemene wet gelijke behandeling (AWGB)
- Art. 7:646 t/m 7:649 BW
- Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen (WGB)
- Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte (WGBH/CZ)
- Wet gelijke behandeling op grond van leeftijd bij de arbeid (WGBL)
- Artikel 125g en 125h van de Ambtenarenwet (AW)
- Wet onderscheid arbeidsduur (WOA)
- Wet onderscheid bepaalde en onbepaalde tijd (WOBOT)
- Wet onderscheid bepaalde en onbepaalde tijd (WOBOT) voor ambtenaren
- Besluit beroepsactiviteiten waarvoor het geslacht bepalend kan zijn
- Besluit gelijke behandeling
- Besluit werkwijze Commissie Gelijke Behandeling
Een klacht indienen?

De functie om elektronisch klachten in te dienen is om technische redenen tijdelijk niet beschikbaar. Onze verontschuldigingen daarvoor.
Als u een klacht wilt indienen dan kunt u contact opnemen met de Commissie Gelijke Behandeling (030 888 38 88). Ook kunt u hier een klachtenformulier downloaden. Dit kunt u invullen en vervolgens sturen naar:
Commissie Gelijke Behandeling
Postbus 16001
3500 DA Utrecht
Of faxen naar 030 888 38 83.
Heeft u vragen dan kunt contact opnemen met de CGB op 030 888 38 88 of via info@cgb.nl
