Religieuze uitingen politie

Het standpunt van de CGB
De politie heeft een ruimere bevoegdheid om eisen te stellen aan kleding en uiterlijk van haar medewerkers. Wat is het standpunt van de Commissie over religieuze uitingen van politiefuntionarissen?

  • De politie is een bijzondere overheidsdienst, belast met bijzondere taken en bevoegdheden, zoals handhaving van openbare orde en de toepassing van dwangmiddelen;
  • De politie streeft, in verband met die bijzondere taken en bevoegdheden, een neutrale en onpartijdige uitstraling na. Het politie-uniform draagt daar aan bij;
  • De politie heeft op grond van haar bijzondere status, een ruimere bevoegdheid dan andere overheidsorganen om eisen te stellen aan kleding en uiterlijk van haar medewerkers/ambtenaren;
  • De politie kan voor bepaalde functies het dragen van een uniform verplicht stellen vanwege een neutrale en onpartijdige uitstraling bij het publiek;
  • Alleen belangrijke motieven als herkenbaarheid in combinatie met een neutrale gezagsuitstraling kunnen onder omstandigheden, als sprake is van publiekscontacten, de inperking van religieuze uitingen van politiefunctionarissen rechtvaardigen;
  • De politie moet daarbij wel voorkomen dat haar kledingvoorschriften groepen onnodig van bepaalde politiefuncties uitsluit als sprake is van religieuze uitingen, zoals het dragen van een hoofddoek;
  • In tegenstelling tot bijvoorbeeld piercings en tatoeages genieten religieuze uitingen wettelijke bescherming. Niet alleen nationaal (Grondwet, Algemene wet gelijke behandeling), maar ook internationaal (verdragen). Deze wettelijke bescherming van de vrijheid van godsdienst kan alleen onder omstandigheden wijken voor andere zwaarwegende belangen en rechten.
geprint van: http://www.cgb.nl/artikel/religieuze-uitingen-politie