- Home
- Over CGB
- Dossiers
- Oordelen
- Publicaties
- Nieuws
- Wetgeving
- Art. 1 Grondwet
- Over de wetgeving
- Algemene wet gelijke behandeling (AWGB)
- Art. 7:646 t/m 7:649 BW
- Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen (WGB)
- Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte (WGBH/CZ)
- Wet gelijke behandeling op grond van leeftijd bij de arbeid (WGBL)
- Artikel 125g en 125h van de Ambtenarenwet (AW)
- Wet onderscheid arbeidsduur (WOA)
- Wet onderscheid bepaalde en onbepaalde tijd (WOBOT)
- Wet onderscheid bepaalde en onbepaalde tijd (WOBOT) voor ambtenaren
- Besluit beroepsactiviteiten waarvoor het geslacht bepalend kan zijn
- Besluit gelijke behandeling
- Besluit werkwijze Commissie Gelijke Behandeling
- FAQ
Wet gelijke behandeling op grond van leeftijd bij de arbeid (WGBL)
Wet van 17 december 2003, houdende gelijke behandeling op grond van
leeftijd bij arbeid, beroep en beroepsonderwijs (Wet gelijke
behandeling op grond van leeftijd bij de arbeid).
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo
Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is om ter
uitvoering van de Richtlijn 2000/78/EG, tot instelling van een algemeen
kader voor gelijke behandeling in arbeid en beroep (PbEG, 2000, L303)
alsmede in verband met artikel 1 van de Grondwet, het maken van
onderscheid op grond van leeftijd bij arbeid, beroep en
beroepsonderwijs te verbieden;
Zo is het, dat Wij, de Raad
van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben
goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
§ 1. Algemeen
Het begrip onderscheid
Artikel 1
1.
Onder onderscheid wordt in deze wet verstaan: onderscheid op grond van
leeftijd of op grond van andere hoedanigheden of gedragingen dat
onderscheid op grond van leeftijd tot gevolg heeft.
2. Onder onderscheid wordt mede begrepen de opdracht tot het maken van onderscheid.
Intimidatie
Artikel 2
1. Het in deze wet neergelegde verbod van onderscheid houdt mede in een verbod op intimidatie.
2.
Onder intimidatie als bedoeld in het eerste lid wordt verstaan: gedrag
dat met leeftijd verband houdt en dat tot doel of gevolg heeft dat de
waardigheid van de persoon wordt aangetast en een bedreigende,
vijandige, beledigende, vernederende of kwetsende omgeving wordt
gecreëerd.
§ 2. Reikwijdte van het verbod van onderscheid
Arbeid
Artikel 3
Onderscheid is verboden bij:
a. de aanbieding van een betrekking en de behandeling bij de vervulling van een openstaande betrekking;
b. de arbeidsbemiddeling;
c. het aangaan en het beëindigen van een arbeidsverhouding;
d. het aanstellen tot ambtenaar en het beëindigen van het dienstverband van een ambtenaar;
e. de arbeidsvoorwaarden;
f. het laten volgen van onderwijs, scholing en vorming tijdens of
voorafgaand aan een arbeidsverhouding;
g. de bevordering en
h. de arbeidsomstandigheden.
Vrije beroep
Artikel 4
Onderscheid
is verboden met betrekking tot de voorwaarden voor en de toegang tot
het vrije beroep en de mogelijkheden tot uitoefening van en ontplooiing
binnen het vrije beroep.
Beroepsonderwijs
Artikel 5
Onderscheid is verboden bij:
a. het verlenen van toegang tot en het geven van loopbaanoriëntatie en beroepskeuzevoorlichting;
b. het verlenen van toegang tot, het aanbieden van, het afnemen van toetsen tijdens en het afsluiten van onderwijs dat gericht is op de toetreding tot en het functioneren op de arbeidsmarkt.
Lidmaatschap organisaties
Artikel 6
Onderscheid
is verboden bij het lidmaatschap van of de betrokkenheid bij een
werkgevers- of werknemersorganisatie of een vereniging van
beroepsgenoten. Dit geldt ook voor de voordelen die voortvloeien uit
het lidmaatschap van deze organisaties en verenigingen.
§ 3. Uitzonderingen op het verbod van onderscheid
Objectieve rechtvaardiging
Artikel 7
1. Het verbod van onderscheid geldt niet indien het onderscheid:
a. gebaseerd is op werkgelegenheids- of arbeidsmarktbeleid ter bevordering van arbeidsparticipatie van bepaalde leeftijdscategorieën, voor zover dit beleid is vastgesteld bij of krachtens wet;
b. betrekking heeft op het beëindigen van een arbeidsverhouding of van het dienstverband van een ambtenaar in verband met het bereiken van de leeftijd waarop op grond van de Algemene Ouderdomswet recht op ouderdomspensioen ontstaat, of van een bij of krachtens wet vastgestelde of tussen partijen overeengekomen hogere leeftijd;
c. anderszins objectief gerechtvaardigd is door een legitiem doel en de middelen voor het bereiken van dat doel passend en noodzakelijk zijn.
2. Het eerste lid is niet van toepassing in geval van intimidatie als bedoeld in artikel 2.
Pensioenen
Artikel 8
1.
Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder
pensioenvoorziening: een pensioenvoorziening ten behoeve van een of
meer personen, uitsluitend in verband met hun werkzaamheden in een
onderneming, bedrijfstak, tak van beroep of openbare dienst, in
aanvulling op een wettelijk stelsel van sociale zekerheid en, ingeval
van een voorziening ten behoeve van een persoon, anders dan door die
persoon zelf tot stand gebracht.
2. Het verbod van onderscheid is niet van toepassing op in pensioenvoorzieningen vastgelegde toetredingsleeftijden en op pensioengerechtigde leeftijden, alsmede op de vaststelling van verschillende toetredings- en pensioengerechtigde leeftijden voor werknemers of voor groepen of categorieën van werknemers.
3. Het verbod van onderscheid is niet van toepassing op actuariële berekeningen bij pensioenvoorzieningen waarbij met leeftijd rekening wordt gehouden.
§ 4. Vermelding leeftijdsgrens
Artikel 9
Indien
bij een openlijke aanbieding van een betrekking onderscheid op grond
van leeftijd wordt gemaakt, wordt de grond daarvan uitdrukkelijk
vermeld.
Paragraaf 5. Rechtsbescherming
Bescherming tegen represailles
Artikel 10
Het
is verboden om personen te benadelen wegens het feit dat zij in of
buiten rechte een beroep hebben gedaan op deze wet of terzake bijstand
hebben verleend.
Bescherming tegen ontslag
Artikel 11
1. Beëindiging van de arbeidsverhouding door de werkgever in strijd met artikel 3, is vernietigbaar.
2. Beëindiging van de arbeidsverhouding door de werkgever vanwege het feit dat in of buiten rechte een beroep is gedaan op deze wet of terzake bijstand is verleend, is vernietigbaar.
3. Onverminderd hoofdstuk 8 van de Algemene wet bestuursrecht, vervalt twee maanden na de beëindiging van de arbeidsverhouding de bevoegdheid van de werknemer een beroep te doen op de vernietigingsgrond, bedoeld in het eerste en het tweede lid. Artikel 55 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek is niet van toepassing.
4. Een rechtsvordering in verband met de vernietiging verjaart door verloop van zes maanden na de dag waarop de arbeidsverhouding is geëindigd.
5. De beëindiging, bedoeld in het eerste en tweede lid, maakt de werkgever niet schadeplichtig.
Bewijslast
Artikel 12
1.
Indien degene die meent dat te zijnen nadeel een onderscheid is of
wordt gemaakt als bedoeld in deze wet, in rechte feiten aanvoert die
dat onderscheid kunnen doen vermoeden, dient de wederpartij te bewijzen
dat niet in strijd met deze wet is gehandeld.
2. Het eerste lid is
van overeenkomstige toepassing op vorderingen als bedoeld in artikel
305a van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek en op beroepen ingesteld
door belanghebbenden in de zin van artikel 1:2, derde lid, van de
Algemene wet bestuursrecht.
Nietigheid
Artikel 13
Bedingen in strijd met deze wet zijn nietig.
De commissie gelijke behandeling
Artikel 14
De
commissie gelijke behandeling, genoemd in artikel 11 van de Algemene
wet gelijke behandeling, kan onderzoeken of een onderscheid is of wordt
gemaakt als bedoeld in deze wet. De artikelen 12, 13, 14, 15, 20,
tweede lid, en 33 van de Algemene wet gelijke behandeling zijn van
overeenkomstige toepassing.
§ 6. Overgangs- en slotbepalingen
Evaluatie
Artikel 15
Onze
Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zendt in overeenstemming
met Onze Ministers van Justitie, van Binnenlandse Zaken en
Koninkrijksrelaties en van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen binnen
vijf jaar na de inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal
een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de
praktijk.
Overgangsrecht pensioenontslag
Artikel 16
Het
in deze wet neergelegde verbod van onderscheid is tot 2 december 2006
niet van toepassing op onderscheid dat betrekking heeft op het
beëindigen van een arbeidsverhouding of het dienstverband van een
ambtenaar in verband met het bereiken van een bij arbeidsovereenkomst
overeengekomen, een bij een toezegging omtrent pensioen toegezegde, of
een bij regeling van een daartoe bevoegd bestuursorgaan vastgestelde
pensioengerechtigde leeftijd lager dan de AOW-gerechtigde leeftijd,
voorzover die leeftijd voor de datum van inwerkingtreding van deze wet
in de arbeidsovereenkomst, de toezegging omtrent pensioen of de
regeling van het bestuursorgaan was opgenomen.
Overgangsrecht defensie
Artikel 17
Het
in deze wet neergelegde verbod van onderscheid is niet van toepassing
ten aanzien van militaire ambtenaren als bedoeld in artikel 1 van de
Militaire Ambtenarenwet 1931 tot 1 januari 2008, of tot een eerdere
datum waarop in de Militaire ambtenarenwet 1931 een regeling is
getroffen ten aanzien van het gebruik van leeftijdsgrenzen binnen de
krijgsmacht betreffende aanstelling, functietoewijzing, aanwijzing voor
een opleiding en ontslag.
Wijzigingen in andere regelgeving
Artikel 18
[Wijzigt de Wet op de Raad van State.]
Artikel 19
[Wijzigt de Comptabiliteitswet.]
Tijdstip inwerkingtreding
Artikel 20
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
Citeertitel
Artikel 21
Deze wet wordt aangehaald als: Wet gelijke behandeling op grond van leeftijd bij de arbeid.
Lasten
en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle
ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat,
aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te 's-Gravenhage, 17 december 2003
Beatrix
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid ,
A. J. de Geus
De Minister van Justitie ,
J. P. H. Donner
De Minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties ,
Th. C. de Graaf
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap ,
M. J. A. van der Hoeven
Uitgegeven de derde februari 2004
De Minister van Justitie,
J. P. H. Donner
- Art. 1 Grondwet
- Over de wetgeving
- Algemene wet gelijke behandeling (AWGB)
- Art. 7:646 t/m 7:649 BW
- Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen (WGB)
- Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte (WGBH/CZ)
- Wet gelijke behandeling op grond van leeftijd bij de arbeid (WGBL)
- Artikel 125g en 125h van de Ambtenarenwet (AW)
- Wet onderscheid arbeidsduur (WOA)
- Wet onderscheid bepaalde en onbepaalde tijd (WOBOT)
- Wet onderscheid bepaalde en onbepaalde tijd (WOBOT) voor ambtenaren
- Besluit beroepsactiviteiten waarvoor het geslacht bepalend kan zijn
- Besluit gelijke behandeling
- Besluit werkwijze Commissie Gelijke Behandeling
Een klacht indienen?

De functie om elektronisch klachten in te dienen is om technische redenen tijdelijk niet beschikbaar. Onze verontschuldigingen daarvoor.
Als u een klacht wilt indienen dan kunt u contact opnemen met de Commissie Gelijke Behandeling (030 888 38 88). Ook kunt u hier een klachtenformulier downloaden. Dit kunt u invullen en vervolgens sturen naar:
Commissie Gelijke Behandeling
Postbus 16001
3500 DA Utrecht
Of faxen naar 030 888 38 83.
Heeft u vragen dan kunt contact opnemen met de CGB op 030 888 38 88 of via info@cgb.nl
