Discriminatoire bejegening
Onder discriminatie op de werkvloer wordt verstaan discriminatie tijdens het werken. Oftewel discriminatoire bejegening op het werk op grond van één van de wettelijke non-discriminatiegronden:
- pesten
- negeren
- het maken van grapjes
- roddelen
- uitsluiting
- achterstelling
- (seksuele) intimidatie
- andere wijzen van negatief gedrag ten opzichte van anderen
Volgens de gelijkebehandelingswetgeving moet de werkgever zijn werknemers beschermen tegen discriminatie op de werkvloer. Dus ook tegen discriminatoire bejegening door:
- leidinggevenden
- collega’s
- klanten
- cliënten of patiënten.
Discriminatoire bejegening wordt door de CGB aangemerkt als verboden onderscheid bij de arbeidsomstandigheden. Lees meer hierover in de folder Discriminatie op de werkvloer: herkennen, oplossen en voorkomen.
Klachten discriminatoire bejegening
De CGB en instanties als anti-discriminatiebureaus krijgen regelmatig klachten over discriminatoire bejegening op grond van ras, seksuele gerichtheid en religie. Maar ook over discriminerende bejegening op grond van handicap en chronische ziekte of geslacht.
Onderzoek
De CGB heeft een onderzoek gedaan naar de bejegening van homoseksuele mannen en vrouwen op de werkvloer: Discriminatie is het woord niet - Lesbische vrouwen en homoseksuele mannen op de werkvloer: bejegening en beleid. Daarnaast heeft de CGB onderzocht in welke mate en op welke manier werknemers, waaronder homoseksuelen, die een klacht indienen over discriminatie het risico lopen benadeeld te worden vanwege hun klacht. De wet verbiedt dergelijke victimisatie. De resultaten van dit onderzoek zijn begin 2010 gepubliceerd in het rapport: Dubbel de dupe.
Oordelen homoseksuelatiteit op de werkvloer
2011-71
Een homoseksuele man werkt op oproepbasis in een zorginstelling. Hij klaagt bij de leidinggevende over discriminatie door collega’s vanwege zijn homoseksualiteit. De leidinggevende reageert hierop door de klacht te onderzoeken en de man vervolgens niet meer op te roepen. De Commissie oordeelt dat de klacht niet zorgvuldig is behandeld en dat de man is benadeeld omdat hij vanwege zijn klacht niet langer werd opgeroepen.
2010-135
Een medewerker bij een keukencentrum wordt door collega’s en leidinggevenden gediscrimineerd omdat hij homo is. Zo zouden collega’s zogenoemde verwijfde bewegingen hebben gemaakt als hij in de buurt was en wordt hij in bijzijn van collega’s en bedrijfsleider geïntimideerd door de assistent-bedrijfsleider. De medewerker meldt de intimidatie bij de directeur, maar die zag geen aanleiding voor maatregelen. Uiteindelijk meldt de man zich ziek en wordt zijn arbeidsovereenkomst niet verlengd. De Commissie oordeelt dat de klacht niet goed is behandeld en dat er door het niet verlengen van de overeenkomst is gediscrimineerd.
2008-50
Een homoseksuele man werkt als postbode. Zijn collega’s maken zowel in het algemeen opmerkingen over homoseksualiteit als tegen de man persoonlijk. De leidinggevenden waren op de hoogte van de sfeer op de werkvloer en dat de man hierover klaagt, maar zij gedoogden de sfeer op de werkvloer. Na twee jaar ziekte is de arbeidsovereenkomst met de man beëindigd. Mede door de discriminatie is de man benadeeld in zijn kansen op een geslaagde re-integratie en in het herstel van zijn ziekteproces. Daarmee discrimineert het bedrijf bij het beëindigen van de arbeidsovereenkomst.
Meer oordelen bekijken
Wetgeving
Artikel 1, derde lid, onderdeel e van de Arbo-wet bepaalt dat de werkgever een beleid voert ter voorkoming, en als dat mogelijk is ter beperking, van psychosociale arbeidsbelasting. Hieronder wordt verstaan:
- seksuele intimidatie
- agressie en geweld
- pesten
- werkdruk
Factsheet Discriminatievrije Werkvloer
Bekijk voor meer informatie ook de
factsheet discriminatie werkvloer.