- Home
- Over CGB
- Dossiers
- Oordelen
- Publicaties
- Nieuws
- Wetgeving
- Art. 1 Grondwet
- Over de wetgeving
- Algemene wet gelijke behandeling (AWGB)
- Art. 7:646 t/m 7:649 BW
- Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen (WGB)
- Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte (WGBH/CZ)
- Wet gelijke behandeling op grond van leeftijd bij de arbeid (WGBL)
- Artikel 125g en 125h van de Ambtenarenwet (AW)
- Wet onderscheid arbeidsduur (WOA)
- Wet onderscheid bepaalde en onbepaalde tijd (WOBOT)
- Wet onderscheid bepaalde en onbepaalde tijd (WOBOT) voor ambtenaren
- Besluit beroepsactiviteiten waarvoor het geslacht bepalend kan zijn
- Besluit gelijke behandeling
- Besluit werkwijze Commissie Gelijke Behandeling
- FAQ
Direct onderscheid op grond van geslacht door slechts aan vrouwen toe te staan hun haar lang te dragen.
Volledig oordeel
Oordeel
2006-73
Dossiernummer: 2006-0042
op het verzoek van 16 november 2005 van
. . . .
wonende te Den Haag, verzoeker
tegen
. . . .
gevestigd en kantoorhoudend te Vlaardingen, verweerster
vertegenwoordigd door . . . . , adviseur P en O
1 Het verzoek, de gronden en het verweer
1.1 Verzoeker heeft de Commissie Gelijke Behandeling, hierna: de Commissie, verzocht te beoordelen of verweerster onderscheid heeft gemaakt op grond van geslacht. Hiertoe heeft verzoeker onder meer aangevoerd dat verweerster niet voor verzoeker wilde bemiddelen voor een stageplaats omdat zijn haar lang is, terwijl vrouwen hun haar wel lang mogen dragen.
1.2 Verweerster heeft op de stellingen van verzoeker gereageerd bij brief, ontvangen door de Commissie op 11 januari 2006.
2 Procesverloop
2.1 Bij brief van 10 december 2005 heeft verzoeker de Commissie desgevraagd nadere inlichtingen gegeven. Hierop heeft verweerster in haar verweerschrift gereageerd.
2.2 Verzoeker heeft tevens een verzoek om een oordeel gevraagd over het handelen van twee opleidingsinstituten. Deze klachten zijn ter zitting gevoegd behandeld en, gelet op de aan elke klacht eigen kenmerken, die afzonderlijke oordelen vergen, bij de beoordeling weer gesplitst. De Commissie heeft in die zaken oordelen uitgesproken met respectievelijk de oordeelnummers 2006-72 en 2006-74.
2.3 Op 6 februari 2006 hebben partijen hun standpunten ter zitting mondeling toegelicht.
2.4 Verweerster heeft op verzoek van de Commissie het gedeelte van haar handboek dat voorschriften met betrekking tot de haardracht bevat, toegezonden bij brief van
13 februari 2006.
3 Feiten
3.1 Bij de beoordeling van het verzoek is de Commissie uitgegaan van de volgende vaststaande feiten.
3.2 Verzoeker volgde in 2005 bij een opleidingsinstituut het theoretische deel van de opleiding Beveiliger 2. Verzoeker draagt zijn haar tot iets over de boord van zijn overhemd.
3.3 Verweerster is een uitzendbureau dat uitsluitend beveiligingspersoneel uitzendt naar en detacheert bij gekwalificeerde beveiligingsbedrijven.
3.4 Op 8 november 2005 heeft verzoeker zich gewend tot verweerster met het verzoek om een stageplaats (het praktijkgedeelte van de opleiding Beveiliger 2).
3.5 Het handboek voor werkenden van verweerster bepaalt voor zover relevant dat "de totale verschijning van de beveiligingsbeambte het beeld van [verweerster] bepaalt en het dus van groot belang is dat ook het uiterlijk van de beveiligingsbeambte er goed verzorgd uit ziet.
Een correcte haardracht, dat wil zeggen dat bij heren het haar tot op de boord van het overhemd mag komen en dat dames lang haar moeten opsteken of in een staart moeten dragen."
3.6 Verweerster heeft verzoeker erop gewezen dat zijn haar te lang is en dat hij daarom niet in aanmerking kwam voor een stageplaats in de beveiliging, en dat verweerster verzoeker dus niet kon bemiddelen.
4 Beoordeling
4.1 In geding is de vraag of verweerster jegens verzoeker onderscheid heeft gemaakt op grond van geslacht bij de arbeidsbemiddeling zoals verboden in artikel 5, eerste lid, onderdeel b, Algemene wet gelijke behandeling (AWGB) in combinatie met artikel 1 AWGB, door verzoeker vanwege zijn haarlengte te weigeren te bemiddelen, terwijl deze haarlengte voor vrouwen geen belemmering vormt.
4.2 Het is vaste jurisprudentie van de Commissie (CGB 29 juni 2004, oordeel 2004-80 en CGB 11 februari 2005, oordeel 2005-19) dat een stageplaats onder de reikwijdte valt van de gelijkebehandelingswetgeving als arbeidsverhouding. Het begrip "arbeidsverhouding" dient ruim te worden uitgelegd. Hieronder worden alle situaties verstaan waarin onder het gezag van anderen arbeid wordt verricht, zoals ook het geval is bij een stage.
4.3 Verzoeker stelt dat verweerster jegens hem onderscheid heeft gemaakt op grond van geslacht omdat verweerster niet voor hem wil bemiddelen voor een stageplaats omdat zijn haar te lang is, terwijl zij wel bemiddelt voor vrouwen met lang haar.
Verweerster stelt zich op het standpunt dat haar representativiteitseisen, waaronder de onder 3.5 genoemde bepaling, niets te maken hebben met onderscheid op grond van geslacht, maar alles met de eisen van representativiteit zoals deze algemeen maatschappelijk aanvaard zijn. In het maatschappelijk verkeer bestaat een verschil in representativiteit tussen mannen en vrouwen. Verweerster heeft verzoeker van meet af aan verteld dat zijn haar te lang is, waardoor hij geen stageplaats of werk zou kunnen krijgen in de beveiliging.
4.4 In artikel 1 AWGB is bepaald dat onder onderscheid op grond van geslacht wordt verstaan direct en indirect onderscheid op grond van geslacht. Van direct onderscheid is sprake wanneer rechtstreeks wordt verwezen naar de grond geslacht.
4.5 Het is in beginsel aan verweerster om te bepalen hoe haar stagiairs en andere werknemers zich presenteren (CGB 22 december 2005, oordeel 2005-242). Wanneer verweerster echter verschillende eisen stelt aan mannen en vrouwen, kan dit onderscheid in strijd zijn met de gelijkebehandelingswetgeving.
4.6 Vaststaat dat verweerster aan mannen en vrouwen verschillende representativiteitseisen stelt. Verweerster maakt daarmee (onder meer jegens verzoeker) direct onderscheid op grond van geslacht. Slecht in beperkte, bij de wet omschreven, gevallen bestaat een uitzondering op het verbod van direct onderscheid op grond van geslacht. Van deze uitzonderingen is in dit geval geen sprake.
4.7 Zoals de Commissie reeds eerder heeft geoordeeld (CGB 22 december 2005, oordeel 2005-242) kunnen de redenen die verweerster heeft aangevoerd voor het gemaakte onderscheid, te weten maatschappelijke opvattingen en hiermee verband houdende representativiteitseisen, het directe en verboden karakter van het onderscheid niet wegnemen.
De Commissie hecht er aan op te merken dat deze redenen rechtstreeks verband houden met stereotyperingen en vooroordelen en vooronderstellingen over mannen en vrouwen die de gelijkebehandelingswetgeving juist beoogt weg te nemen of te beperken (zie ook CGB 2 december 2004, oordeel 2004-154). Dat deze eisen gebaseerd zijn op wensen of instructies van opdrachtgevers van verweerster doet hieraan niet af. Verweerster heeft een eigen verantwoordelijkheid om de gelijkebehandelingswetgeving na te leven.
4.8 Voorgaande overwegingen leiden tot het volgende oordeel.
5 Oordeel
De Commissie Gelijke Behandeling spreekt als haar oordeel uit dat . . . . jegens . . . . verboden direct onderscheid maakt op grond van geslacht door slechts aan vrouwen toe te staan hun haar lang te dragen.
Aldus gegeven te Utrecht op 20 april 2006 door mr. H.F. van den Haak, voorzitter, mr. M. van den Brink en mr. drs. P.H.A. van Geel, leden van de Commissie Gelijke Behandeling, in tegenwoordigheid van mr. S.A. van Zeeland, secretaris.
mr. H.F. van den Haak
mr. S.A. van Zeeland
- Grond:
- Geslacht
- Trefwoord:
- Geslacht
- Aangaan arbeidsverhouding
- Wetsartikel:
- artikel 1 AWGB
- artikel 4 AWGB
Een klacht indienen?

De functie om elektronisch klachten in te dienen is om technische redenen niet beschikbaar. Onze verontschuldigingen daarvoor.
Als u een klacht wilt indienen dan kunt u contact opnemen met de Commissie Gelijke Behandeling (030 888 38 88). Ook kunt u hier een klachtenformulier downloaden. Dit kunt u invullen en vervolgens sturen naar:
Commissie Gelijke Behandeling
Postbus 16001
3500 DA Utrecht
Of faxen naar 030 888 38 83.
Heeft u vragen dan kunt contact opnemen met de CGB op 030 888 38 88 of via info@cgb.nl
