Uitzendbureau maakt onderscheid op grond van leeftijd door verzoeker af te wijzen omdat hij geen student is.

Terug naar de samenvatting »

Volledig oordeel

Oordeel
2005-113

Dossiernummer: 2005-0091

op het verzoekschrift van 16 februari 2005 van
. . . .
wonende te Akersloot, verzoeker
verschenen in persoon

tegen

. . . .
gevestigd en kantoorhoudend te Utrecht, verweerster
verschenen in persoon van . . . , area manager en . . . ., bedrijfsjuriste, vergezeld van
. . . ., consultant

1 Procesverloop

1.1 Bij het voornoemde verzoekschrift heeft verzoeker de Commissie Gelijke Behandeling, hierna: de Commissie, verzocht om een oordeel over de vraag of verweerster in strijd heeft gehandeld met de wet gelijke behandeling op grond van leeftijd bij de arbeid (WGBL)door hem af te wijzen voor de functie van whizz-kid (een computerspecialist) voor het oplossen van computerproblemen bij mensen thuis, omdat hij geen student is.

1.2 De Commissie heeft verweerster in de gelegenheid gesteld op het verzoek te reageren. Op 20 april 2005 is het verweerschrift bij de Commissie ontvangen.

1.3 Tevens heeft verzoeker de Commissie gevraagd te beoordelen of de opdrachtgever van verweerster jegens hem onderscheid heeft gemaakt op grond van leeftijd. In die zaak heeft de Commissie op 23 juni 2005 een oordeel uitgesproken onder nummer 2005-114.

1.4 Op 28 april 2005 heeft de Commissie zitting gehouden waar partijen onder meer hun standpunten mondeling hebben toegelicht.

2 Feiten

2.1 Op de internetsite van de opdrachtgever staat een personeelsadvertentie met de volgende tekst.

"Werken als whizz-kid
Bij voorkeur HBO-er Informatica of universitair

Heb je een uitgebreide kennis van software en hardware"
Vind je het leuk om computerproblemen bij mensen thuis op te lossen"
Wil je praktijkervaring opdoen"
Ben je flexibel"
Wil je je eigen werktijden bepalen.

Dan kun je bij ons naast je studie werken om bij mensen computerproblemen op te lossen."

2.2 Verzoeker is geboren op 17 maart-1949. Op of omstreeks 10 februari 2005 solliciteerde verzoeker via het sollicitatieformulier op de internetsite van de opdrachtgever naar de bovenvermeldde functie van 'whizz-kid'. Bij het verzenden van dit sollicitatieformulier wordt deze automatisch door verweerster ontvangen.

2.3 Verweerster is een uitzendbureau dat regelmatig 'whizz-kids' voor de opdrachtgever werft en selecteert. Deze whizz-kids komen in dienst van verweerster. De opdrachtgever werkt naast verweerster met diverse andere uitzendbureau's die personeel voor hem werven.

2.4 Op 14 februari 2005 reageerde verweerster op de sollicitatie van verzoeker per e-mail met de volgende tekst:
"Bedankt voor je reactie inzake whizzkid. Helaas wil de opdrachtgever alleen maar studenten hebben inzake OV-jaarkaart, en reiskosten.
Wellicht kunnen we je in de toekomst een andere baan aanbieden."

2.5 Hierop heeft verzoeker een e-mail teruggestuurd naar verweerster waarin hij heeft aangeven dat leeftijdsdiscriminatie bij wet verboden is. Verder heeft hij aangegeven dat hier sprake is van indirect onderscheid op grond van leeftijd en dat het argument dat hij als niet-student geen Openbaar Vervoerskaart, hierna: OV-kaart, bezit, geen objectieve reden hiervoor vormt. Hij heeft tevens in deze e-mail aangegeven dat hij een klacht bij de Commissie zal indienen.

3 Standpunten van verzoeker en gronden van het verzoek

3.1 Verzoeker is van mening dat verweerster verboden onderscheid op grond van leeftijd jegens hem heeft gemaakt door hem af te wijzen voor een functie omdat hij geen student is. Hij ontving van verweerster een afwijzende reactie op zijn sollicitatie met de mededeling dat de opdrachtgever alleen maar studenten wil. Volgens verzoeker is dit indirecte leeftijdsdiscriminatie. Het feit dat verzoeker -als niet-student - niet in het bezit is van een OV-kaart, vormt volgens verzoeker geen objectieve rechtvaardiging voor dit onderscheid en derhalve is de gestelde functie-eis in strijd met de WGBL.

4 Standpunten van verweerster en gronden van het verweer

4.1 Verweerster is van mening dat zij geen onderscheid op grond van leeftijd jegens verzoeker heeft gemaakt. Verweerster heeft verzoeker afgewezen omdat hij niet voldeed aan het door de opdrachtgever opgestelde profiel. De opdrachtgever had immers een grote voorkeur uitgesproken voor studenten. De reden voor deze voorkeur was - aldus de opdrachtgever - gelegen in het feit dat studenten zeer flexibel inzetbaar zijn en beschikken over up-to-date kennis op ICT gebied. Verweerster is van mening dat het bij voorkeur selecteren van studenten op grond van genoemde redenen geen leeftijdsdiscriminatie oplevert. Bovendien kunnen studenten alle leeftijden hebben.

4.2 De in de e-mail van 14 februari 2005 opgenomen zinsnede 'inzake OV-jaarkaart en reiskosten", berustte op een vergissing. In het functieprofiel van de opdrachtgever is namelijk niet de eis opgenomen dat de kandidaat diende te beschikken over een OV-kaart. De betreffende consulent heeft jegens verzoeker telefonisch zijn oprechte excuses gemaakt voor het feit dat de door hem verzonden afwijzing nogal
"kort door de bocht" was en heeft verzoeker uitgelegd waarom hij niet voldeed aan het gestelde profiel. Verweerster betreurt de gemaakte vergissing zeer.

4.3 Voorts doet verweerster er juist alles aan om discriminatie te voorkomen, via folders, gedragsregels en dergelijke. Bij brief van 19 april heeft de algemeen directeur van verweerster nogmaals benadrukt dat hij geen enkele vorm van discriminatie tolereert.

5 Beoordeling van het verzoek

5.1 In geding is de vraag of verweerster verboden onderscheid op grond van leeftijd jegens verzoeker heeft gemaakt bij de behandeling van de vervulling van een openstaande betrekking.

5.2 Artikel 3, onderdeel a, in samenhang met artikel 1 Wet gelijke behandeling op grond van leeftijd bij de arbeid (WGBL), verbiedt het maken van onderscheid op grond van leeftijd bij de behandeling bij de vervulling van een openstaande betrekking.

5.3 Vaststaat dat verweerster als reden voor de afwijzing van verzoeker heeft gegeven dat de opdrachtgever alleen studenten wil "vanwege OV-kaart en reiskosten".
Aangezien duidelijk is geworden dat de toevoeging "vanwege OV-kaart en reiskosten" berustte op een vergissing van een individuele medewerker van verweerster waarvoor excuses zijn aangeboden, zal de Commissie het bezit van een OV- kaart als afwijzingsreden bij de verdere beoordeling buiten beschouwing laten.

5.4 Onbetwist staat echter vast dat verweerster verzoeker heeft afgewezen omdat hij geen student is. De vraag die vervolgens beantwoord dient te worden is of een afwijzing op deze grond onderscheid op grond van leeftijd oplevert.
De Commissie overweegt hieromtrent het volgende.
In art.1, tweede lid, WGBL is bepaald dat het begrip onderscheid naast direct onderscheid ook indirect onderscheid omvat. In de Memorie van Toelichting is aangegeven dat van indirect onderscheid sprake is wanneer door een verwijzing naar een andere hoedanigheid dan leeftijd, in het bijzonder personen van een bepaalde leeftijd worden getroffen. Als voorbeeld hiervan wordt in de MvT het criterium 'pas afgestudeerd' genoemd (Kamerstukken II 2001/02, 28 170, nr.3, p. 17.)
De Commissie concludeert dat in onderhavig geval sprake is van indirect onderscheid op grond van leeftijd. Student zijn is immers een hoedanigheid die bij het uitspreken van een voorkeur hiervoor personen van een bepaalde leeftijdsgroep met name treft.
Het argument van verweerster dat studenten alle leeftijden kunnen hebben en er dus geen sprake is van leeftijdsdiscriminatie houdt geen stand. Hoewel het juist is dat er studenten van alle leeftijden zijn, doet dit niets af aan het feit dat studenten in overgrote mate behoren tot een leeftijdscategorie tussen de 18 en 30 jaar. Met het hanteren van het criterium student worden derhalve met name personen van een bepaalde leeftijdscategorie getroffen.

5.5 Bovenstaande leidt tot de conclusie verweerster onderscheid op grond van leeftijd heeft gemaakt door verzoeker af te wijzen voor de functie omdat hij geen student is.

5.6 Ingevolge artikel 7, eerste lid, aanhef en onderdeel c, WGBL kan het maken van onderscheid op grond van leeftijd onder omstandigheden zijn gerechtvaardigd. In dat geval dient de partij die mogelijk onderscheid heeft gemaakt feiten aan te dragen ter rechtvaardiging hiervan. Of in een concreet geval sprake is van een objectieve rechtvaardiging moet worden nagegaan aan de hand van een beoordeling van het doel van het onderscheid en het middel dat voor het bereiken van dit doel is ingezet. Het doel dient legitiem te zijn, in de zin van voldoende zwaarwegend dan wel te beantwoorden aan een werkelijke behoefte. Een legitiem doel vereist voorts dat er geen sprake is van een discriminerend oogmerk. Het middel dat wordt gehanteerd moet passend en noodzakelijk zijn. Een middel is passend indien het geschikt is om het doel te bereiken. Het middel is noodzakelijk indien het doel niet kan worden bereikt met een middel dat niet leidt tot onderscheid, althans minder bezwaarlijk is, en het middel in evenredige verhouding staat tot het doel. Pas als aan al deze voorwaarden is voldaan, levert het indirecte onderscheid geen strijd op met de WGBL.

5.7 Ter verweer heeft verweerster aangevoerd dat zij verzoeker heeft afgewezen omdat hij niet voldeed aan het door de opdrachtgever verstrekte functieprofiel. De Commissie overweegt hieromtrent allereerst als volgt.
Een uitzendbureau kan zich niet zonder meer conformeren aan functie-eisen die een opdrachtgever stelt. Volgens vaste jurisprudentie van de Commissie brengt de verplichting om zich te onthouden van discriminatie op het terrein van de arbeid mee dat bemiddelende instanties - zoals een uitzendbureau als verweerster - een eigen verantwoordelijkheid hebben die inhoudt dat zij erop dient toe te zien dat de opdrachtgever zich van verboden onderscheid onthoudt. (zie onder meer Commissie
Gelijke Behandeling, 30 december 2004, oordeel 2004-179). Uit deze verplichting vloeit voort dat een uitzendbureau alert dient te zijn op signalen die kunnen wijzen op verboden onderscheid en deze dient te onderzoeken. De Commissie stelt vast dat een(al dan niet expliciete) afwijzing door een opdrachtgever (mede) op grond van leeftijd,
een reactie vergt van een uitzendbureau. Een uitzendbureau dient op grond van de hiervoor aangeduide verplichting in een dergelijke situatie de opdrachtgever;
a. te wijzen op het uitgangspunt dat onderscheid naar leeftijd bij de arbeid is verboden, tenzij er een goede reden voor is (een objectieve rechtvaardiging);
b. te vragen naar de reden/rechtvaardiging voor het gemaakte onderscheid op grond van leeftijd.
Onder omstandigheden kan bovendien van een uitzendbureau worden gevergd dat het de gegeven rechtvaardiging toetst (zie ook Aanhangsel Handelingen II 2003/04, nr. 1807).

5.8 De Commissie overweegt voorts dat in casu verweerster heeft aangegeven dat zij de opdrachtgever niet op de wettelijke norm heeft gewezen omdat zij hier geen aanleiding voor zag. Verweerster was op de hoogte van de redenen van de opdrachtgever om een voorkeur te hebben voor studenten, namelijk de wens naar flexibele kandidaten die beschikken over up to date kennis. Verweerster stelt zich op het standpunt dat dit goede redenen zijn om uitsluitend studenten te werven en selecteren en dat er derhalve geen sprake is van leeftijdsonderscheid.

5.9 Nu de Commissie in de gevoegde zaak oordeelt dat de opdrachtgever onderscheid heeft gemaakt dat niet objectief gerechtvaardigd is, vervalt dit argument. In de gevoegde zaak is immers geoordeeld dat het doel - de wens naar flexibele kandidaten met de juiste kennis -, legitiem is, maar het hanteren van het criterium "student zijn" als functie-eis acht de Commissie niet noodzakelijk om het doel te vervullen. Dit was ook mogelijk geweest door kandidaten direct op de eisen van flexibiliteit en kennis te selecteren. De Commissie is dan ook tot het oordeel gekomen dat de opdrachtgever verboden leeftijdsonderscheid heeft gemaakt door opdracht te geven tot bij voorkeur werven van studenten.
Verweerster heeft bovendien deze opdacht zo uitgelegd dat zij uitsluitend studenten voor de functie heeft geworven. De Commissie is dan ook van oordeel dat verweerster door (zelfs striktere) uitvoering te geven aan deze opdracht, onderscheid op grond van leeftijd heeft gemaakt dat niet objectief gerechtvaardigd is.

5.10 Het voorgaande leidt tot de conclusie dat verweerster in strijd heeft gehandeld met artikel 3, onderdeel a, in samenhang met artikel 1, WGBL door verzoeker af te wijzen voor de functie van whizz-kid (computerspecialist) omdat hij geen student is.

6 Oordeel

De Commissie Gelijke Behandeling spreekt als haar oordeel uit dat
. . . . verboden onderscheid heeft gemaakt op grond van leeftijd jegens
. . . . bij de behandeling van de vervulling van een openstaande betrekking.

Aldus gegeven te Utrecht op 23 juni 2005 door mr. M.M. van der Burg, voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. J.E. Bonneur, secretaris.

mr. M.M. van der Burg

mr. J.E. Bonneur

Grond:
Leeftijd
Trefwoord:
Uitzendarbeid
Leeftijd
Werving & selectie
Wetsartikel:
artikel 1 lid 1 WGBL
geprint van: http://www.cgb.nl/node/13656/volledig