Weigering om Friestalige advertenties op website te plaatsen is geen ongelijke behandeling in de zin van artikel 7 van de Algemene wet gelijke behandeling

Terug naar de samenvatting »

Volledig oordeel

Oordeel
2009-111


Datum oordeel: 13 november 2009
Dossiernummer:2009-0357

 


op het verzoekschrift van 17 september 2009
. . . .
gevestigd te. . . . , verzoeker
vertegenwoordigd door . . . . , klachtenconsulent Meldpunt Discriminatie Tûmba

 

 
1 Procesverloop

1.1 Bij het voornoemde verzoekschrift heeft verzoeker de Commissie Gelijke Behandeling, hierna: de Commissie, gevraagd te onderzoeken of. . . . jegens hem onderscheid maakt op grond van ras, door te weigeren Friestalige advertenties op haar advertentiesite te plaatsen.

1.3 Alvorens het verzoek in behandeling te nemen en . . . .  om een reactie te vragen, heeft de Commissie onderzocht of het verzoek kennelijk ongegrond is.

2 Feiten

2.1 Verzoeker is Fries. Op 20 januari 2009 en ook nadien heeft. . . . , exploitant van een advertentiesite, geweigerd advertenties van verzoeker op haar website te plaatsen, omdat zij in het Fries zijn opgesteld.

2.2 Op de advertentiesite zijn de gebruiksvoorwaarden, de beleidsregels en het privacybeleid opgenomen. Bij ‘Regels voor het plaatsen van een advertentie’ heeft. . . . onder meer bepaald: “U dient een omschrijving te geven in de advertentietitel en de advertentietekst van het product dat u aanbiedt. U mag alleen advertenties plaatsen in het Nederlands en Engels.”

2.3 Desgevraagd heeft . . . . verzoeker laten weten dat zij niet in staat is om andere dan Nederlands- en Engelstalige advertenties te toetsen. De provincie Friesland heeft aangeboden vertalingen te faciliteren, maar .... is daar niet, althans nog niet, op ingegaan.
. . . . heeft verzoeker voorts laten weten het bezwaarlijk te achten dat een deel van de bezoekers van de website Friestalige advertenties niet zal kunnen lezen.


3 Beoordeling van het verzoek

3.1 Verzoeker vraagt de Commissie te beoordelen of. . . . jegens hem onderscheid op grond van ras maakt door te weigeren Friestalige advertenties op haar website te plaatsen.
 
3.2 Artikel 7, eerste lid, onder a van de Algemene wet gelijke behandeling (AWGB), in samenhang met artikel 1 van deze wet, verbiedt het maken van onderscheid naar ras bij het aanbieden van en het verlenen van toegang tot goederen of diensten en bij het sluiten, uitvoeren of beëindigen van overeenkomsten ter zake indien dit geschiedt in de uitoefening van een beroep of bedrijf.

3.3 . . . .  biedt op haar website de mogelijkheid aan personen om een advertentie te plaatsen en kan derhalve worden beschouwd als een aanbieder van een dienst als bedoeld in artikel 7 AWGB. Haar handelen kan worden getoetst aan dit artikel.
Verzoeker meent dat . . . .  met haar beleid onderscheid op grond van ras maakt, direct dan wel indirect. Hij meent dat er geen rechtvaardiging is voor de weigering, nu de provincie heeft aangeboden vertalingen te faciliteren. Met betrekking tot het argument dat een deel van de bezoekers van de website de Friese taal niet machtig is, merkt verzoeker op dat anderen wellicht het Engels niet machtig zijn. Verzoeker voelt zich door de afwijzing van zijn moedertaal minderwaardig behandeld.

3.4 Van ongelijke behandeling in de zin van artikel 7 AWGB is sprake indien bij het aanbod van een goed of dienst selectief te werk wordt gegaan in die zin dat bepaalde personen in verband met een door de gelijkebehandelingswetgeving beschermde grond de toegang tot een goed - in vergelijking met andere personen - moeilijker wordt gemaakt of wordt geweigerd (Kamerstukken I 1992/93, 22 014, nr. 212c, pag. 7 e.v.).
Hiervan is in onderhavige zaak geen sprake. Verzoeker kan immers op voet van gelijkheid met ieder ander van de website gebruik maken. Dat de taaleis die verweerster aan de advertentieteksten stelt het voor Friestaligen mogelijk minder aantrekkelijk maakt om van de site gebruik te maken doet daaraan niet af. Het stellen van een dergelijke eis kan niet op een lijn worden gesteld met het weigeren of bemoeilijken van de toegang tot  een dienst (Zie ook  CGB 2009-58 en CGB 2007-76). Dat het Fries een officieel erkende nationale taal is maakt dit niet anders, ook niet wanneer er, zoals kennelijk in het onderhavige geval, een aanbod ligt om vertaling te faciliteren. De andere kant hiervan is dat het een exploitant ook vrij staat om een website uitsluitend open te stellen voor Friestalige advertenties.
Het voorgaande betekent dat aanstonds duidelijk is dat in de voorgelegde situatie geen sprake is van ongelijke behandeling in de zin van artikel 7 AWGB.

4 Oordeel

De Commissie Gelijke Behandeling spreekt als haar oordeel uit dat het verzoek kennelijk ongegrond is.

Aldus gegeven te Utrecht op door mr. M. van den Brink, voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. J.E. Bonneur, secretaris.


 


mr. M. van den Brink     mr. J.E. Bonneur
namens deze,
mr. E.J.M. Hofhuis
Commissielid

 

Grond:
Ras
Trefwoord:
Aanbieden van of verlenen van toegang tot goederen en diensten
Wetsartikel:
artikel 7 AWGB
geprint van: http://www.cgb.nl/node/14988/volledig