Onderscheid op grond van ras als bedoeld in artikel 7 lid 1 sub c AWGB

Oordeelnummer

1999-79

Samenvatting

99-79 9 september 1999 Artikel 1 AWGB Artikel 7 lid 1 sub c AWGB Onderscheid op grond van ras als bedoeld in artikel 7 lid 1 sub c AWGB Verzoeker is van Surinaamse afkomst en heeft in Suriname onderwijservaring opgedaan. Hij volgde een twee-jarige opleiding in deeltijd tot leraar basisonderwijs bij de wederpartij. In het kader van deze opleiding moest verzoeker een stageperiode volgen. Hiertoe werd een stagecontract opgesteld tussen verzoeker, de wederpartij en de stageschool. Verzoeker werd tijdens de stage beoordeeld door zowel de wederpartij (stagebegeleider) als de stageschool (mentor). Bij de beoordeling van verzoeker werd gesteld dat zijn Surinaamse schoolcultuur niet paste binnen de Nederlandse schoolcultuur. Bovendien werd een irrelevante opmerking over verzoekers huidskleur gemaakt die door hem als kwetsend werd ervaren. Op grond van de gelijke behandelingswetgeving rust op alle bij het stagecontract betrokken partijen de verplichting om klachten omtrent discriminatie zorgvuldig te onderzoeken en indien nodig maatregelen te treffen. De Commissie oordeelt dat noch de wederpartij noch de directie van de stageschool aan deze verplichting heeft voldaan. Daarmee hebben zij jegens verzoeker onderscheid op grond van ras gemaakt. Strijd met de wet.
Grond:
Ras
Trefwoord:
Ras
Wetsartikel:
artikel 1 AWGB
artikel 6A AWGB
geprint van: http://www.cgb.nl/oordeel/1999-79