Direct onderscheid op grond van godsdienst bij het aanbieden van een betrekking door verzoekster te vragen of zij bereid is haar hoofddoek af te doen

Oordeelnummer

2001-14

Samenvatting

Verzoekster heeft zich bij de wederpartij ingeschreven voor vakantiewerk. Verzoekster draagt uit religieuze overwegingen een hoofddoek. De wederpartij is een uitzendorganisatie. De intercedente van de wederpartij heeft verzoekster bij de inschrijving gevraagd of zij bereid is haar hoofddoek af te zetten. Verzoekster heeft hierop ontkennend geantwoord. De intercedente heeft vervolgens aangegeven dat zij in dat geval minder goed bemiddelbaar zou zijn. Verzoekster stelt dat de wederpartij hiermee onderscheid heeft gemaakt op grond van godsdienst heeft gemaakt. De Commissie is van oordeel dat de wederpartij, door verzoekster als moeilijk bemiddelbaar te behandelen en daarmee anders dan andere sollicitanten die geen hoofddoek dragen, een verboden onderscheid op grond van godsdienst heeft gemaakt. Strijd met de wet.
Grond:
Godsdienst
Trefwoord:
Godsdienst
Aangaan arbeidsverhouding
Arbeidsbemiddeling
Hoofddoek
Islam
Midden- en kleinbedrijf
Personeelsadvertentie
Selectie
Sollicitatie
Uitzendarbeid
Werving & selectie
Wetsartikel:
artikel 5 AWGB
geprint van: http://www.cgb.nl/oordeel/2001-14