Verweerster maakt direct onderscheid op grond van godsdienst, welk onderscheid niet is verboden op grond van de wet.

Oordeelnummer

2003-112

Samenvatting

Verzoekster is een stichting die als doel heeft het voorkomen en bestrijden van discriminatie. Verweerster is een stichting die het bevoegd gezag is van een katholieke school voor voortgezet onderwijs. De leerlingen van de school hoeven niet van katholieke signatuur te zijn, zij dienen echter wel de grondslag van de school te onderschrijven. Aan de ouders/verzorgers van aspirant-leerlingen die zich aanmelden bij de school wordt dan ook gevraagd of zij de identiteit en visie van de school onderschrijven en respecteren. Zij ondertekenen hiertoe een schoolleercontract. Hiervan maakt deel uit een leerlingenstatuut waarin is opgenomen dat kleding die geassocieerd kan worden met een niet-katholieke levensovertuiging, niet is toegestaan binnen het schoolgebouw. Bij verzoekster heeft zich een leerlinge gemeld heeft besloten een hoofddoek te gaan dragen vanwege haar islamitische geloofsovertuiging. Dit is echter volgens de schoolregels niet toegestaan. Na een gesprek met verzoekster besloot verweerster dat de leerlinge die in haar examenjaar zat, haar hoofddoek buiten de lessen, de mediatheek en in de aula mocht dragen. De leerlinge wenst echter de hoofddoek altijd te kunnen dragen. Daarnaast heeft verzoekster een soortgelijke klacht ontvangen van een andere leerlinge van de school van verweerster. Ook met haar heeft verweerster genoemd compromis gesloten. Verzoekster meent dat verweerster direct onderscheid op grond van godsdienst maakt terwijl verweerster meent dat het verbod door de katholieke grondslag van de school wordt gerechtvaardigd. De Commissie oordeelt dat verweerster door het hanteren van het verbod op het dragen van kledingstukken die geassocieerd kunnen worden met een niet-katholieke geloofsovertuiging rechtstreeks verwijst naar de grond godsdienst. Er mag immers geen uiting worden gegeven aan een andere geloofsovertuiging dan de katholieke geloofsovertuiging. Derhalve is er sprake van direct onderscheid op grond van godsdienst. Direct onderscheid is verboden tenzij een wettelijke uitzonderingsgrond van toepassing is. In één van de uitzonderingsbepalingen wordt aan een instelling van bijzonder onderwijs de mogelijkheid geboden om bij de toelating en ten aanzien van de deelname aan het onderwijs eisen te stellen, die gelet op het doel van de instelling nodig zijn voor de verwezenlijking van haar grondslag. De Commissie stelt vast dat verweerster een instelling is van bijzonder onderwijs zoals bedoeld in deze uitzonderingsbepaling. Vervolgens stelt de Commissie vast op grond van hetgeen is gesteld dat verweerster in de praktijk consistent met haar doelstelling uiting geeft aan de katholieke identiteit van de school en deze identiteit consequent handhaaft. Het feit dat niet iedere leerling de katholieke godsdienst behoeft aan te hangen, doet hier geen afbreuk aan. Ook het feit dat verweerster een specifieke uitzondering heeft gemaakt voor twee leerlingen vanwege specifieke omstandigheden kan niet tot de conclusie leiden dat er sprake is van een inconsequente uitvoering van haar beleid nu deze uitzondering ziet op de ontstane situatie en er niet willekeurig mee wordt omgegaan. De Commissie oordeelt dat verweerster deze kledingeisen kan stellen en derhalve een geslaagd beroep kan doen op de uitzonderingsbepaling. Geen strijd met de wet.
Grond:
Godsdienst
Trefwoord:
Godsdienst
Hoofddoek
Islam
Onderwijs
Wetsartikel:
artikel 1 AWGB
artikel 7 AWGB
artikel 11 lid 1 AWGB
geprint van: http://www.cgb.nl/oordeel/2003-112