Onderscheid op grond van leeftijd door het hanteren van een maximum stijging van het pensioengevend salaris bij werknemers van 55 jaar en ouder. Onderscheid op grond van leeftijd indien de compensatie uit de overgangsregeling alleen wordt toegepast op wer

Oordeelnummer

2005-145

Samenvatting

Verzoekster, een ingenieursbureau, heeft de Commissie verzocht om een oordeel over de vraag of de zogenoemde max- en min-regeling in haar pensioenregeling in strijd is met de WGBL. De max-regeling houdt in dat voor deelnemers van 55 jaar en ouder het voor de pensioenberekening meetellende salaris jaarlijks maximaal stijgt met anderhalf maal de gemiddelde loonstijging bij verzoekster. De min-regeling houdt in dat voor de deelnemers die reeds op 31 december 1993 deelnamen aan de toen geldende pensioenregeling, een overgangsbepaling geldt die volledige compensatie biedt voor het verlies van pensioenrechten. Voor deze deelnemers wordt vanaf 55 jaar het voor de pensioenberekening meetellende salaris tenminste (eventueel fictief) verhoogd met het percentage waarmee de franchise stijgt en de helft van het verschil met 3%, indien het stijgingspercentage van de franchise minder is dan 3%. Ten aanzien van de max-regeling vraagt verzoeker of de leeftijdsgrens van 55 jaar is toegestaan. Indien dit niet is toegestaan, wenst zij een oordeel over de vraag of de min-regeling wel zou mogen worden toegepast op alle werknemers die voor 1994 in dienst waren. In 1994 is de pensioenregeling namelijk veranderd en de min-regeling heeft ten doel dat de werknemers die voor 1994 in dienst waren er na de invoering van de nieuwe pensioenregeling niet op achteruit gaan. Ten aanzien van de zogenoemde max-regeling heeft de Commissie in een eerdere zaak reeds geoordeeld dat hierdoor direct onderscheid op grond van leeftijd wordt gemaakt dat niet objectief gerechtvaardigd is. Verzoekster heeft in de onderhavige zaak geen rechtvaardiging voor het gemaakte onderscheid aangevoerd, hetgeen leidt tot het oordeel dat het onderscheid niet objectief gerechtvaardigd is en daarom in strijd is met de WGBL. Indien de min-regeling wordt toegepast op de werknemers van 55 jaar en ouder is er sprake van direct onderscheid. Verzoekster heeft als doel voor het gemaakte onderscheid gegeven dat hiermee compensatie wordt geboden aan de werknemers van 55 jaar en ouder voor de verlaging van de pensioengrondslag, tengevolge van het feit dat ze geen salarisverhoging krijgen terwijl de franchise wel stijgt. Verzoekster creëert zelf onderscheid op grond van leeftijd door haar beleid om werknemers van 55 jaar en ouder geen salarisverhoging te geven. Het komt de Commissie voor dat het meer in de rede ligt om de ongelijkheid in het salarisbeleid op te heffen in plaats van door het toepassen van de min-regeling. Nu niet is aangetoond dat het niet toekennen van salarisverhogingen voor ouderen noodzakelijk is en daarmee ook niet vaststaat dat een compensatieregeling nodig is, oordeelt de Commissie dat niet is gebleken dat het doel zwaarwegend is of dat het voldoet aan een werkelijke behoefte van verzoekster. Er is daarom geen sprake van een legitiem doel. Indien de min-regeling wordt toegepast op alle werknemers die voor 1994 in dienst waren is er sprake van indirect onderscheid op grond van leeftijd, nu er een duidelijke samenhang bestaat tussen de leeftijd van de werknemers en een indiensttreding voor of na 1994. Verzoekster heeft aangegeven dat het doel van de min-regeling is dat werknemers die voor 1994 in dienst waren er in de huidige pensioenregeling niet op achteruit gaan. Het bieden van volledige compensatie voor het verlies van pensioenrechten. Dit is een legitiem doel. Met de min-regeling kan dit doel inderdaad worden bereikt, waardoor het middel passend moet worden geacht. Het middel is tevens noodzakelijk nu verzoekster geen alternatief heeft aangedragen en het de Commissie ook niet is gebleken dat er in dit geval een ander niet of minder onderscheid makend middel is waarmee toch het doel kan worden bereikt. Het gemaakte onderscheid is derhalve objectief gerechtvaardigd.
Grond:
Leeftijd
Trefwoord:
Arbeidsvoorwaarden
Objectieve rechtvaardiging
Pensioenen
Leeftijd
Wetsartikel:
artikel 12 WGBH/CZ
artikel 1 lid 1 WGBL
artikel 4 WGBL
geprint van: http://www.cgb.nl/oordeel/2005-145