Verweerster heeft onderscheid gemaakt op grond van leeftijd bij het besluit verzoeker geen nieuwe arbeidsovereenkomst aan te bieden.

Oordeelnummer

2005-179

Samenvatting

Verzoeker heeft op basis van drie tijdelijke arbeidsovereenkomsten gewerkt bij verweerster, een supermarkt. Na het van rechtswege beëindigen van de derde tijdelijke arbeidsovereenkomst, is verzoeker geen arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd aangeboden. Verzoeker heeft van verweerster een getuigschrift gekregen waarin staat: "De reden dat zijn [verzoekers] contract niet verlengd is, heeft alleen te maken met zijn leeftijd. De functie waarin hij opereerde, de gemiddelde leeftijd in de groep (die te hoog is) en de inhoud van de functie (die ook te vervullen is door een jongere) en de aanhoudende strijd in de supermarkt, heeft ons hiertoe gedwongen." Verweerster stelt behoefte te hebben aan een flexibel personeelsbestand om te kunnen reageren op haar fluctuerende marktpositie. Derhalve gaat zij geen arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd aan, waarbij zij gebruik van de mogelijkheid die de Wet flexibiliteit en zekerheid biedt. Daarnaast werft zij uit kostenoverwegingen vooral jongere medewerkers die voor langere tijd beschikbaar zijn. De Commissie oordeelt dat verweerster door in het getuigschrift expliciet leeftijd te noemen als reden voor het niet verlengen van het arbeidscontract van verzoeker, direct onderscheid naar leeftijd heeft gemaakt. Het kostenargument dat verweerster aanvoert kan overeenkomstig vaste jurisprudentie van de Commissie (mede gebaseerd op uitspraken van het HvJ EG) geen rechtvaardiging voor het maken van onderscheid opleveren. Ook het argument van verweerster dat niet zij, maar de wetgever in de Wet minimumloon en minimumvakantietoeslag (WML) en het Besluit minimumjeugdloonregelingen (BML) de hoogte van de loonkosten heeft gekoppeld aan de leeftijd, kan niet slagen nu het beleid van verweerster in strijd is met de doelstelling van de aangehaalde wet. Het streven naar flexibiliteit in haar personeelsbestand kan op zich legitiem zijn, maar nu verweerster de daadwerkelijke behoefte hieraan van haar organisatie niet overtuigend heeft onderbouwd is ook deze doelstelling niet legitiem. Tenslotte voert verweerster aan dat zij langdurige beschikbaarheid van hulpkrachten wenst. Nu zij aan een (nog beschikbare) werknemer, die bovendien heeft gemeld nog voor langere tijd te willen blijven, weigert zijn arbeidsovereenkomst te verlengen, acht de Commissie deze doelstelling in dit geval niet geloofwaardig. Het door verweerster gemaakte onderscheid op grond van leeftijd is derhalve niet objectief gerechtvaardigd. Verweerster handelt in strijd met de wet.
Grond:
Leeftijd
Trefwoord:
Aangaan arbeidsverhouding
Midden- en kleinbedrijf
Objectieve rechtvaardiging
Wetsartikel:
artikel 1 lid 1 WGBL
artikel 4 WGBL
geprint van: http://www.cgb.nl/oordeel/2005-179