Verweerster heeft onderscheid op grond van leeftijd gemaakt bij het niet verlengen van een arbeidsovereenkomst van een hulpkracht.

Oordeelnummer

2006-27

Samenvatting

Verweerster exploiteert een aantal supermarkten. Verzoekster is geboren in 1985. Zij is op 4 augustus 2003 bij verweerster in dienst getreden op basis van een tijdelijke arbeidsovereenkomst. Na twee verlengingen is verzoeksters arbeidsovereenkomst niet nogmaals verlengd dan wel omgezet in een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Verzoekster stelt dat haar leeftijd en de daarmee samenhangende loonkosten de reden zijn geweest voor de niet-verlenging. Verweerster stelt dat zij handelt overeenkomstig de wettelijke eisen zoals die zijn gesteld in de Wet minimumloon en minimumvakantietoeslag (WML), het Besluit minimumjeugdloonregelingen (BML) en de Wet Flexibiliteit en Zekerheid. De Commissie heeft geconstateerd dat ten aanzien van hulpkrachten een ongunstiger verlengingsbeleid geldt dan ten aanzien van het overige personeel. Nu de gemiddelde leeftijd van de groep hulpkrachten lager is dan van de groep overige werknemers, heeft het geldende verlengingsbeleid indirect onderscheid op grond van leeftijd tot gevolg. Voorts heeft verweerster ter objectieve rechtvaardiging aangevoerd dat zij behoefte heeft aan een flexibel hulpkrachtenbestand om zo in te kunnen spelen op de fluctuerende arbeidsmarktpositie. Het streven naar flexibiliteit in haar personeelsbestand zou op zich legitiem kunnen zijn, maar nu verweerster de daadwerkelijke behoefte hieraan van haar organisatie niet overtuigend heeft onderbouwd, is deze doelstelling niet legitiem. Ten aanzien van het kostenargument heeft de Commissie geoordeeld dat die doelstelling niet legitiem is aangezien financiële redenen alleen een objectieve rechtvaardiging kunnen opleveren in uitzonderlijke situaties, zoals dreigend faillissement. Deze deden zich in dit geval niet voor. Ook het argument van verweerster dat niet zij, maar de wetgever in de WML en het BML de hoogte van de loonkosten heeft gekoppeld aan de leeftijd, kan niet slagen nu het beleid van verweerster om contracten met jongeren niet te verlengen juist in strijd is met de doelstelling van de aangehaalde wet; het bevorderen van de arbeidsparticipatie van jongeren. De Commissie is derhalve van oordeel dat het onderscheid op grond van leeftijd niet objectief is gerechtvaardigd.
Grond:
Leeftijd
Trefwoord:
Beëindiging van arbeidsverhouding
Deeltijdarbeid
Midden- en kleinbedrijf
Leeftijd
Arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd
Wetsartikel:
artikel 1 lid 1 WGBL
geprint van: http://www.cgb.nl/oordeel/2006-27