Verboden onderscheid op grond van leeftijd bij de beëindiging van een arbeidsverhouding van een vrijwilliger in zijn 74ste levensjaar.

Oordeelnummer

2007-52

Samenvatting

Verzoeker was als vrijwillig senior-expert ingeschreven bij een organisatie die experts uitzendt naar lokale ondernemingen in ontwikkelingslanden. Verweerster hanteert een maximum leeftijdsgrens van 70 jaar. Verzoeker is in zijn 74ste levensjaar uitgeschreven. Verzoeker meent dat verweerster hiermee verboden onderscheid op grond van leeftijd heeft gemaakt. De Commissie is van oordeel dat - ook al is sprake van een beperkte mate van zeggenschap van verweerster over de senior-experts tijdens een uitzending - er niettemin gezien de strekking en bedoeling van de WGBL en gelet op de feiten en omstandigheden, in dit geval in voldoende mate sprake is van een gezagsverhouding om een arbeidsverhouding in de zin van deze wet aan te nemen. De Commissie is derhalve bevoegd. Voorts heeft de Commissie geoordeeld dat de uitzondering op het verbod van onderscheid van artikel 7, eerste lid, onderdeel b, WGBL, een tussen partijen overeengekomen hogere leeftijd dan de AOW-gerechtigde leeftijd, niet van toepassing is nu de arbeidsverhouding met verzoeker niet is beëindigd op de door verweerster gehanteerde maximum leeftijdsgrens van 70 jaar, maar ongeveer vier jaar later. Ten slotte oordeelt de Commissie dat het door verweerster gemaakte onderscheid op grond van leeftijd niet objectief is gerechtvaardigd ingevolge artikel 7, eerste lid, onderdeel c, WGBL, aangezien de beëindiging van de arbeidsverhouding op 74-jarige leeftijd niet geschikt is om de doelstellingen (bescherming van de expert, kwaliteit van de advisering en de geloofwaardigheid van de expert in de ogen van de aanvrager) te bereiken.
Grond:
Leeftijd
Trefwoord:
Bedrijfsleven
Beëindiging van arbeidsverhouding
Bevoegdheid Commissie (CGB)
Objectieve rechtvaardiging
Leeftijd
Wetsartikel:
artikel 1 lid 1 WGBL
artikel 4 WGBL
geprint van: http://www.cgb.nl/oordeel/2007-52