Uitzendbureau handelt niet in strijd met de wet en heeft geen onderscheid op grond van ras gemaakt door de arbeidsovereenkomst met een man van Tsjechische afkomst voortijdig te beëindigen

Oordeelnummer

2010-39

Samenvatting

Een man afkomstig uit Tsjechië is door een uitzendbureau uitgeleend aan een bedrijf, de inlener. De man stelt dat hij discriminatoir is bejegend door de inlener en dat het uitzendbureau niet voldoende heeft ondernomen om hem daartegen te beschermen. Nu de man heeft gesteld bij het uitzendbureau en de inlener alleen over de inhoud van de werkzaamheden te hebben geklaagd en niet over zijn gevoel dat de bejegening zijn reden vond in zijn Tsjechische afkomst, stelt de Commissie vast dat de man niet aannemelijk heeft gemaakt dat het uitzendbureau wist of had moeten weten dat de klachten van de man zagen op discriminatoire bejegening door de inlener op grond van ras. Het uitzendbureau handelt derhalve niet in strijd met de wet. Ten aanzien van de voortijdige beëindiging van de arbeidsovereenkomst stelt de Commissie vast dat de man geen feiten heeft aangevoerd die onderscheid op grond van ras kunnen doen vermoeden.
Grond:
Ras
Trefwoord:
Beëindiging van arbeidsverhouding
Wetsartikel:
artikel 5 AWGB
geprint van: http://www.cgb.nl/oordeel/2010-39