Werkgever trekt conclusies over ontwikkeling chronische ziekte en invloed daarvan op het functioneren op basis van eigen waarnemingen. Doet naar aanleiding daarvan voorstel tot vermindering arbeidsuren: onderscheid op grond van handicap/chronische ziekte. De klacht van de werknemer over deze conclusies en voorstellen van de werkgever heeft geleid tot een vertrouwensbreuk, die reden is voor verzoek tot ontbinding arbeidsovereenkomst. Victimisatie, maar geen onderscheid bij de beëindiging.

Oordeelnummer

2010-69

Samenvatting

Een man werkt sinds september 2005 als bedrijfsleider voor een bedrijf. Hij heeft multiple sclerose (ms). Hij stelt dat hij minder ATV-dagen heeft dan zijn collega’s, dat hij als enige overwerk niet mag compenseren en dat hij minder loonsverhoging heeft gekregen dan zijn collega’s. Vast staat dat de man op deze punten minder gunstige arbeidsvoorwaarden heeft dan zijn collega’s. Hij heeft echter geen feiten aangevoerd die kunnen doen vermoeden dat zijn chronische ziekte daaraan ten grondslag ligt. De werkgever heeft de rechter gevraagd de arbeidsovereenkomst te ontbinden. De man stelt dat dit verzoek is ingegeven door zijn chronische ziekte. Op 8 december 2009 heeft een gesprek plaatsgevonden tussen de man en de directeur van het bedrijf. In dit gesprek heeft de directeur op basis van zijn eigen waarnemingen geconcludeerd dat de chronische ziekte van de man zich ontwikkelde en dat dit gevolgen had voor zijn functioneren. De man heeft ontkend dat zijn chronische ziekte een belemmering vormde voor zijn functioneren. Desalniettemin heeft de directeur vervolgens voorgesteld de arbeidsuren van de man te verminderen. Hierdoor heeft de directeur onderscheid gemaakt op grond van handicap of chronische ziekte. De man heeft na het gesprek op 8 december 2009 een gesprek aangevraagd met een andere leidinggevende. Dit heeft de directeur hem kwalijk genomen. De vertrouwensbreuk die - vooral - hierdoor is ontstaan, heeft geleid tot het ontbindingsverzoek. Omdat het gesprek met de andere leidinggevende moet worden aangemerkt als een klacht over onderscheid in de zin van de WGBH/CZ en de man door deze klacht nadeel heeft ondervonden, is er sprake van victimisatie. Geen onderscheid op grond van handicap of chronische ziekte bij de beëindiging van de arbeidsverhouding, nu het verzoek tot ontbinding is ingegeven door de vertrouwensbreuk en niet door de chronische ziekte zelf.
Grond:
Handicap of chronische ziekte
Trefwoord:
Arbeidsvoorwaarden
Wetsartikel:
artikel 4 WGBH/CZ
geprint van: http://www.cgb.nl/oordeel/2010-69