Oordelen

Oordeelnummer 2010-34
Niet is gebleken dat een gemeente onderscheid maakt op grond van burgerlijke staat jegens alleenstaanden door, om deel te kunnen nemen aan zorgverzekeringen, aan te sluiten bij de bijstandsnormen voor alleenstaanden en samenwonenden
De gemeente Leeuwarden en twee zorgverzekeraars hebben een overeenkomst gesloten teneinde collectieve ziektekostenverzekeringen met korting aan te bieden aan personen met een laag inkomen. Wie hiervoor wel en niet in aanmerking komen is afhankelijk van het inkomen en de van toepassing zijnde bijstandsnorm. Er gelden verschillende bijstandsnormen voor alleenstaanden en samenwonenden. Volgens een vereniging die de belangen behartigt van mensen met een laag inkomen, maakt de gemeente, door aan te sluiten bij de bijstandsnorm, indirect onderscheid jegens alleenstaanden. Om deel te nemen aan de verzekeringen mag een alleenstaande (tussen de 23 en 65 jaar) maximaal € 1.037,06 per maand verdienen en samenwonenden (tussen de 23 en 65 jaar) gezamenlijk maximaal € 1.476,38 per maand, zijnde telkens 120% van de voor hen geldende bijstandsnorm. Artikel 7 AWGB verbiedt, in samenhang met artikel 1 AWGB, onderscheid op grond van burgerlijke staat bij het verlenen van toegang tot goederen of diensten. Het handelen van de gemeente valt onder artikel 7 AWGB. Ter onderbouwing van het verzoek vergelijkt de vereniging een alleenstaande met samenwonenden. De Commissie oordeelt dat, indien een eenpersoonshuishouden wordt vergeleken met een meerpersoonshuishouden als geheel, er sprake is van ongelijke gevallen. Indien de alleenstaande wordt vergeleken met de individuele leden van een meerpersoonshuishouden, kan er zowel sprake zijn van voordeel als van nadeel, zodat geen sprake is van onderscheid. De vereniging is er niet in geslaagd feiten aan te voeren die kunnen doen vermoeden dat onderscheid wordt gemaakt naar burgerlijke staat bij het verlenen van toegang tot de collectieve verzekeringen. Niet gebleken van onderscheid.
Oordeelnummer 2010-33
Niet is gebleken dat twee zorgverzekeraars onderscheid maken op grond van burgerlijke staat jegens alleenstaanden door, om deel te kunnen nemen aan zorgverzekeringen, aan te sluiten bij de bijstandsnormen voor alleenstaanden en samenwonenden
Twee zorgverzekeraars en de gemeente Leeuwarden hebben een overeenkomst gesloten teneinde collectieve zorgverzekeringen met korting aan te bieden aan personen met een laag inkomen. Wie hiervoor wel en niet in aanmerking komen is afhankelijk van het inkomen en de van toepassing zijnde bijstandsnorm. Er gelden verschillende bijstandsnormen voor alleenstaanden en samenwonenden. Volgens een vereniging die de belangen behartigt van mensen met een laag inkomen, maken de zorgverzekeraars, door aan te sluiten bij de bijstandsnorm, indirect onderscheid jegens alleenstaanden. Om deel te nemen aan de verzekeringen mag een alleenstaande (tussen de 23 en 65 jaar) maximaal € 1.037,06 per maand verdienen en samenwonenden (tussen de 23 en 65 jaar) gezamenlijk maximaal € 1.476,38 per maand, zijnde telkens 120% van de voor hen geldende bijstandsnorm. Artikel 7 AWGB verbiedt, in samenhang met artikel 1 AWGB, onderscheid op grond van burgerlijke staat bij het aanbieden van goederen of diensten. Het handelen van de zorgverzekeraars kan getoetst worden aan artikel 7 AWGB. Ter onderbouwing van het verzoek vergelijkt de vereniging een alleenstaande met samenwonenden. De Commissie oordeelt dat, indien een eenpersoonshuishouden wordt vergeleken met een meerpersoonshuishouden als geheel, er sprake is van ongelijke gevallen. Indien de alleenstaande wordt vergeleken met de individuele leden van een meerpersoonshuishouden, kan er zowel sprake zijn van voordeel als van nadeel, zodat geen sprake is van onderscheid. De vereniging is er niet in geslaagd feiten aan te voeren die kunnen doen vermoeden dat onderscheid wordt gemaakt naar burgerlijke staat bij het aanbieden van de toegang tot de collectieve verzekeringen. Niet gebleken van onderscheid.
geprint van: http://www.cgb.nl/oordelen