Een werkneemster krijgt nadat zij bekend maakt dat zij zwanger is van haar vierde kind, problemen met haar werkgever. Ze dient een klacht in bij de Commissie, waarin zij stelt dat zij vanwege haar zwangerschap wordt gediscrimineerd bij haar aanvraag om structureel verlof en ouderschapsverlof, haar opleiding, bij de wijziging van haar takenpakket, door het ontnemen van haar leaseauto en bij de beoordeling van haar functioneren en bij de vaststelling van haar targets. Ze stelt tenslotte dat haar klacht over discriminatie onzorgvuldig is behandeld. Ten aanzien van de meeste punten heeft werkneemster geen feiten kunnen aanvoeren die onderscheid kunnen doen vermoeden. Wel is komen vast te staan dat de werkgever bij de aanvraag voor ouderschapsverlof indirect onderscheid heeft gemaakt op grond van geslacht. De werkgever had haar aanvraag in eerste instantie afgewezen, omdat zij 32 uur per week werkt en hij niet wil dat dit urenaantal lager wordt.
De werkgever heeft pas op het laatste moment toch toestemming gegeven. De werkgever heeft niet in strijd met de wet gehandeld bij de klachtenbehandeling. De werkgever had de werkneemster herhaaldelijk op gesprek gevraagd om haar klacht te bespreken, maar zij wilde daar geen gehoor aan geven. De Commissie is van oordeel dat in dat geval niet gesproken kan worden over onzorgvuldige klachtbehandeling. Aanbeveling om één klachtenregeling te hanteren, in plaats van de twee regelingen die de werkgever nu gebruikt.