De stichting wilde balpennen laten bedrukken bij een bedrijf. De stichting is van mening dat het bedrijf onderscheid op grond van homoseksuele gerichtheid heeft gemaakt door haar als klant te weigeren. Het bedrijf heeft betwist dat de stichting is geweigerd als klant. Wel heeft het bedrijf geweigerd om een bepaalde tekst te bedrukken omdat de tekst indruist tegen de geloofsovertuiging.
Op grond van de gelijke behandelingswetgeving is de stichting ontvankelijk in haar verzoek, omdat zij statutair als doel heeft de belangen te behartigen van personen met een homo- of biseksuele gerichtheid. De Commissie toetst daarom of het bedrijf jegens de stichting onderscheid heeft gemaakt. Uit hetgeen de stichting zowel schriftelijk als mondeling naar voren heeft gebracht, concludeert de Commissie dat de stichting geen feiten heeft aangevoerd waaruit zou kunnen blijken dat het bedrijf haar als klant heeft geweigerd. Ook anderszins is het de Commissie niet gebleken dat het bedrijf de stichting als klant heeft geweigerd. De Commissie oordeelt dan ook dat niet gebleken is dat de stichting als klant is geweigerd.