Situatie
Een werknemer is van mening dat Shell onderscheid op grond van arbeidsduur heeft gemaakt door hem geen compensatie te geven voor de erkende feestdagen in het jaar die op zijn vrije dag, de maandag, vallen. Hij is van mening dat hij voor deze dagen pro rata compensatie dient te krijgen. Shell heeft aangevoerd dat zij voor de regeling zoals neergelegd in het personeelshandboek heeft gekozen, omdat zij geen onderscheid wil maken tussen deeltijders en voltijders. Zij wil hen gelijk behandelen. Voor alle werknemers bij verweerster geldt daarom dat als een erkende feestdag valt op een dag waarop de werknemer werkt, hij vrij krijgt. Als een erkende feestdag valt op een dag waarop de werknemer niet werkt, krijgt hij geen compensatie voor deze erkende feestdag.
Oordeel Commissie
De Commissie Gelijke Behandeling spreekt als haar oordeel uit dat Shell jegens de werknemer verboden onderscheid op grond van arbeidsduur heeft gemaakt door hem geen compensatie te geven voor de erkende feestdagen in het jaar die op zijn vrije dag vallen.
Toelichting
Algemeen uitgangspunt is dat geen sprake is van onderscheid naar arbeidsduur wanneer aan werknemers toe te kennen aanspraken gerelateerd worden aan hun contractuele arbeidsduur. Vast is komen te staan dat een voltijder jaarlijks gemiddeld 7,6 erkende feestdag vrij heeft. Een deeltijder die, zoals de werknemer, 80% werkt, zou pro rato recht hebben op 6,1 erkende feestdag vrij per jaar. De werknemer krijgt jaarlijks gemiddeld 4,9 erkende feestdag vrij. Hieruit volgt dat verzoeker wordt benadeeld. Het is aan Shell om hiervoor goede redenen ( objectieve rechtvaardiging) aan te voeren. Shell heeft aangevoerd dat zij wil waarborgen dat deeltijders en voltijders op gelijke wijze worden behandeld ( doel van het onderscheid). Om die reden geeft Shell geen compensatie voor erkende feestdagen die vallen op dagen waarop de werknemer niet werkt ( het middel dat Shell hanteert). De Commissie oordeelt dat Shell met deze compensatieregel niet bereikt dat deeltijders en voltijders op gelijke wijze worden behandeld. Immers, wanneer een feestdag valt op de werkdag van een deeltijder, profiteert hij er relatief meer van dan een voltijder. Omgekeerd ondervindt een deeltijder relatief meer nadeel dan een voltijder wanneer een feestdag op een vrije dag valt, waarop de voltijder wel werkt. De Commissie acht het gehanteerde middel daarom niet passend. Ook acht de Commissie het gehanteerde middel niet noodzakelijk omdat er een alternatief voor handen is waarbij geen, dan wel minder onderscheid wordt gemaakt op grond van arbeidsduur. Dit is het jaarurensysteem. Shell heeft gesteld dat het invoeren van een jaarurensysteem extra administratieve lasten en kosten met zich mee brengt, maar heeft haar stelling niet onderbouwd. Shell heeft dan ook geen objectieve rechtvaardiging aangevoerd en heeft daarom verboden onderscheid jegens de werknemer gemaakt.