Oordeel
2011-146
Datum: 10 oktober 2011
Dossiernummer: 2011-0261
Oordeel in de zaak van
Stichting Meldpunt Discriminatie regio Amsterdam
gevestigd te Amsterdam, verzoekster
tegen
AK Beheer B.V.
gevestigd te Amsterdam, verweerster
1 Procesverloop
1.1 Bij verzoekschrift van 27 april 2011 dat op 28 april 2011 is ontvangen heeft verzoekster de Commissie Gelijke Behandeling, hierna: de Commissie, gevraagd te onderzoeken of verweerster onderscheid op grond van nationaliteit en/of ras heeft gemaakt in haar voorwaarden om in aanmerking te komen voor een antikraak woning.
1.2 Daarna zijn geen stukken meer gewisseld:
1.3 De Commissie heeft de zaak ter zitting behandeld op 7 juli 2011, waar verzoekster, vertegenwoordigd door ....; klachtbehandelaar, en verweerster, vertegenwoordigd door ...., directeur, die werd vergezeld door ...., medewerker financiën, zijn verschenen.
2 Feiten
2.1 Verzoekster is een onafhankelijke instelling die zich richt op het voorkomen en bestrijden van alle vormen van discriminatie. Zij is door een persoon met een niet-Nederlandse nationaliteit die belangstelling had voor een antikraak woning, geattendeerd op de voorwaarden waaronder je daarvoor in aanmerking kunt komen.
2.2 Verweerster is een bemiddelingsbureau voor antikraak woningen en bemiddelt tussen de eigenaar van een antikraak woning en een potentiele bewoner. Zij heeft vestigingen in de vier grote steden.
2.3 In verweersters voorwaarden om voor bemiddeling voor een antikraak woning in aanmerking te komen staat onder andere:
“Je bent in het bezit van een geldig Nederlands paspoort”
“Je beheerst de Nederlandse taal in woord en geschrift”.
2.4 Wanneer personen aan, onder andere, voornoemde voorwaarden voldoen, komen zij in aanmerking voor een antikraak woning. Deze personen gaan dan met verweerster een bemiddelingsovereenkomst aan en met de eigenaar van het pand een bruikleenovereenkomst. Verweerster is geheel en alleen verantwoordelijk voor de selectie van potentiële bewoners.
2.5 Verzoekster heeft verweerster per brieven van 18 maart 2011 en 11 april 2011 laten weten dat deze voorwaarden mogelijk onderscheid op grond van ras en/of nationaliteit opleveren. Verweerster heeft schriftelijk op de brieven van verzoekster gereageerd op 11 en 13 april 2011.
3 Beoordeling van het verzoek
3.1 Ter beoordeling ligt de vraag voor of verweerster in haar voorwaarden onderscheid op grond van nationaliteit en/of ras heeft gemaakt door een paspoort- en een taalvereiste op te nemen.
3.2 In artikel 12, tweede lid, onderdeel e, van de Algemene wet gelijke behandeling (AWGB) is onder meer bepaald dat een stichting, die in overeenstemming met haar statuten de belangen behartigt van diegenen in wier bescherming de AWGB beoogt te voorzien, bevoegd is een verzoek als het onderhavige bij de Commissie in te dienen. Verzoekster is een zodanige stichting, gegeven het statutaire doel en gegeven de werkzaamheden die verzoekster verricht. Gelet op het voorgaande is verzoekster ontvankelijk in haar verzoek.
3.3 Artikel 7, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de AWGB verbiedt, in samenhang met artikel 1 AWGB, het maken van onderscheid naar nationaliteit en ras bij het aanbieden van en het verlenen van toegang tot goederen en diensten in de uitoefening van een beroep of bedrijf en bij het sluiten, uitvoeren of beëindigen van overeenkomsten ter zake. De zakelijke activiteiten van verweerster bestaan uit het aanbieden van bemiddelingscontracten, wat valt onder het aanbieden van goederen en diensten. Het handelen van verweerster valt dan ook binnen het bereik van artikel 7, eerste lid, onderdeel a, AWGB. Het stellen van een paspoort- en taalvereiste voor het verkrijgen van een bemiddelings- en bruikleenovereenkomst ten behoeve van een antikraak woning, valt onder de reikwijdte van deze bepaling. (vergelijk CGB 14 oktober 2008, 2008-120 en CGB 29 december 2006, 2006-259).
3.4 In artikel 1 AWGB is bepaald dat onder onderscheid zowel direct als indirect onderscheid wordt begrepen. Het begrip direct onderscheid ziet op onderscheid dat rechtstreeks verwijst naar of gebaseerd is op een van de door de AWGB beschermde gronden, waaronder ras en nationaliteit. Onder indirect onderscheid wordt verstaan onderscheid op grond van een neutraal criterium, voorschrift of handelen dat personen bijzonder treft in verband met één of meer in de wet genoemde gronden.
3.5 Het begrip ras in de AWGB moet overeenkomstig de definitie in het Internationaal Verdrag inzake de uitbanning van elke vorm van rassendiscriminatie en overeenkomstig de jurisprudentie van de Hoge Raad ruim worden uitgelegd en omvat tevens huidskleur, afkomst, nationale of etnische afstamming (Kamerstukken II 1990/91, 22 014, nr. 3, p. 13 en vaste jurisprudentie van de Hoge Raad sinds HR 15 juni 1976, NJ 1976, 551 (m.nt. Van Veen). Het begrip nationaliteit in de AWGB dient te worden begrepen als nationaliteit in staatkundige zin, onafhankelijk van de feitelijke woon- en verblijfplaats van verzoeker (Handelingen I 22 februari 1994, 22 014, p. 1086).
Onderscheid op grond van nationaliteit?
3.6 In de onderhavige zaak staat vast dat de onderscheidmakende handeling bestaat uit het stellen van een paspoortvereiste. Nu een paspoort mede dient om de nationaliteit van een betrokkene aan te tonen, concludeert de Commissie dat verweerster direct onderscheid heeft gemaakt op grond van nationaliteit bij het aanbieden van de antikraak panden.
3.7 Direct onderscheid naar nationaliteit is verboden, tenzij een van de wettelijke uitzonderingen die zijn genoemd in artikel 2, vijfde lid, AWGB op het verbod van toepassing is. Hierin is bepaald dat het verbod van onderscheid op grond van nationaliteit niet geldt indien het onderscheid is gebaseerd op algemeen verbindende voorschriften of geschreven of ongeschreven regels van internationaal recht. Het verbod van onderscheid op grond van nationaliteit geldt evenmin in gevallen waarin de nationaliteit bepalend is.
3.8 Ter zitting heeft verweerster de redenen voor het stellen van een nationaliteitseis toegelicht. Zij stelt dat antikraak een typisch Nederlands fenomeen is. Het antikraak systeem wijkt van het gewone huursysteem af onder andere vanwege het feit dat verweerster op elk gewenst moment tegen de bewoners kan zeggen dat ze het pand moeten verlaten. Daarnaast gelden er afwijkende privacyregels; zo mag een eigenaar van een pand ongevraagd naar binnen komen. Verweerster heeft verklaard dat uit haar ervaring blijkt dat Nederlanders dit systeem beter begrijpen, omdat zij zijn opgegroeid met het fenomeen antikraak. Mensen met een niet-Nederlandse nationaliteit kennen het systeem niet of minder goed en dit heeft in het verleden tot problemen geleid wanneer de bewoners het pand moesten verlaten. Verweerster heeft ter zitting verklaard dat zij om deze reden de woningen bij voorkeur aanbiedt aan Nederlandse studenten. Zij begrijpen het systeem en verweerster heeft met deze (Nederlandse) groep goede ervaringen.
3.9 Daarnaast heeft verweerster aangevoerd dat er ook een verschil in culturele achtergrond en de daarop gebaseerde gedragsregels bestaat tussen Nederlanders en mensen met een niet-Nederlandse nationaliteit. Ook dit heeft een rol gespeeld bij de afweging al dan niet een nationaliteitseis te stellen. Desgevraagd heeft verweerster aangegeven dat het verschil in gedragsregels onder andere ziet op hygiëne. Het voorbeeld dat verweerster ter zitting gaf was dat mensen van niet Nederlandse nationaliteit hun behoefte weleens in een andere kamer deden dan in de wc, wanneer deze verder weg gelegen was op de verdieping. Desgevraagd heeft verweerster aangegeven dat Nederlandse studenten dit ook weleens deden, maar dat door de gezamenlijke culturele achtergrond die verweerster en de Nederlandse studenten delen, de Nederlandse studenten makkelijker aanspreekbaar zijn op dit gedrag dan personen met een andere nationaliteit. Ter zitting heeft verweerster ook nog het voorbeeld gegeven van Polen die al het koper uit het pand hadden gestolen.
3.10 Ten slotte heeft verweerster ter zitting verklaard dat er veel meer vraag naar de antikraak woningen is dan aanbod en dat om die reden verweerster de luxe heeft de bewoners te kiezen die zij het liefste in de panden heeft. Om bovengenoemde redenen is dat de Nederlandse student. Om teleurstellingen bij personen met een niet-Nederlandse nationaliteit te voorkomen en de binnendienst, die de eerste selectie doet, te ontlasten, wil verweerster graag zo duidelijk mogelijk zijn wie al dan niet een kans maakt op een antikraak woning en heeft zij een nationaliteitseis in haar voorwaarden gesteld.
3.11 De aangevoerde redenen van verweerster om onderscheid te maken, vallen niet onder de in 3.7 genoemde uitzonderingen. Verweerster baseert haar handelen immers niet op enig algemeen verbindend voorschrift en de nationaliteit van potentiële bewoners kan ook niet als bepalend in de zin van de gelijkebehandelingswetgeving worden aangemerkt. De Commissie oordeelt daarom dat verweerster verboden onderscheid op grond van nationaliteit maakt bij de voorwaarden waaronder iemand voor bemiddeling voor een antikraak woning in aanmerking komt.
Onderscheid op grond van ras?
3.12 Ten aanzien van de vraag of verweerster door het stellen van een taaleis in de voorwaarden, zie 2.3, onderscheid op grond van ras maakt, overweegt de Commissie als volgt.
3.13 De Commissie is van oordeel dat voornoemde taaleis geen direct onderscheid naar ras oplevert. Deze eis geldt voor eenieder die gebruik maakt van de diensten van verweerster en verwijst niet rechtstreeks naar de grond ras.
3.14 Vervolgens is aan de orde de vraag of deze taaleis indirect onderscheid naar ras tot gevolg heeft. Van indirect onderscheid is sprake wanneer het stellen van de taaleis personen van niet-Nederlandse etnische of nationale afstamming bijzonder treft. De Commissie is van oordeel dat dit het geval is, nu personen van wie de etnische of nationale herkomst buiten Nederland ligt, eerder dan autochtone Nederlanders, nadelige gevolgen zullen ondervinden van de in de voorwaarden opgenomen taaleis. Aannemelijk is immers dat van deze groepen meer personen deel uitmaken die zich in een andere dan de Nederlandse taal uitdrukken, zowel mondeling en schriftelijk. Derhalve wordt met de onderhavige taaleis indirect onderscheid naar ras gemaakt.
3.15 Ingevolge de gelijkebehandelingswetgeving kan het maken van indirect onderscheid onder omstandigheden zijn gerechtvaardigd. In dat geval dient de partij die onderscheid heeft gemaakt feiten aan te dragen ter rechtvaardiging hiervan. Of in een concreet geval sprake is van een objectieve rechtvaardiging, moet worden nagegaan aan de hand van een beoordeling van het doel van het onderscheid en het middel dat ter bereiking van dit doel is ingezet. Het doel dient legitiem te zijn, in de zin van voldoende zwaarwegend dan wel te beantwoorden aan een werkelijke behoefte. Een legitiem doel vereist voorts dat er geen sprake is van een discriminerend oogmerk. Het middel dat wordt gehanteerd moet passend en noodzakelijk zijn. Een middel is passend indien het geschikt is om het doel te bereiken. Het middel is noodzakelijk indien het doel niet kan worden bereikt met een middel dat niet leidt tot onderscheid, althans minder bezwaarlijk is (subsidiariteit), en het middel in evenredige verhouding staat tot het doel (proportionaliteit). Als aan deze voorwaarden is voldaan levert het indirecte onderscheid geen strijd op met de gelijkebehandelingswetgeving
3.16 Verweerster heeft aangevoerd dat zij de taaleis stelt omdat zij graag wil dat degene die de bemiddelingsovereenkomst ondertekent, goed begrijpt welke voorwaarden gelden voor het bewonen van een antikraak pand. Dit om (financiële) problemen te voorkomen, zoals cliënten die het pand niet willen verlaten wanneer hen dit wordt aangezegd.
3.17 De Commissie leidt hieruit af dat verweerster als doel heeft dat haar voorwaarden duidelijk en begrijpelijk zijn voor degenen die een bemiddelingsovereenkomst met haar aangaan, zodat er geen misverstanden kunnen bestaan over de rechten en plichten van haar cliënten. De Commissie acht dit doel legitiem.
3.18 De Commissie is voorts van oordeel dat het middel, te weten van de cliënten verlangen dat zij de Nederlandse taal in woord en geschrift beheersen, bijdraagt aan het vergroten van het begrip van wat men ondertekent.
Ten aanzien van de vraag of een middel noodzakelijk is, zal de Commissie allereerst nagaan of er alternatieve middelen zijn die 3.19 geen of minder onderscheid maken en waarmee het doel ook kan worden bereikt. Verzoekster heeft aangevoerd dat de contracten in andere talen vertaald kunnen worden zodat meer mensen met een niet-Nederlandse achtergrond de voorwaarden voor het bewonen van een antikraak woning kunnen begrijpen. Andere antikraak verhuurders bieden hun contracten onder andere aan in het Engels. Verweerster heeft hier tegenin gebracht dat zij daar geen geld aan uit wil geven en dat het niet eerlijk zou zijn, omdat zij toch niet van plan is een bemiddelingovereenkomst aan te gaan met mensen van niet-Nederlandse afkomst.
3.20 De Commissie is van oordeel dat verweerster hiermee niet aannemelijk heeft gemaakt dat het door verzoekster voorgestelde minder onderscheidmakende middel geen passend alternatief is. Evenmin heeft verweerster onderbouwd dat de kosten van het opstellen van de bemiddelingsovereenkomsten in meer talen zo hoog zijn dat dit niet van haar gevraagd kan worden. Dit alles geldt te meer nu verweerster niet heeft weersproken dat verschillende andere bedrijven die vergelijkbaar zijn met verweerster, hun voorwaarden wel in verschillende talen ter beschikking stellen. Ten slotte is het argument van verweerster dat zij geen vertaling wenst te maken, omdat ze toch niet met mensen van niet-Nederlandse afkomst een bemiddelingsovereenkomst aan wil gaan, discriminerend in zichzelf. Op grond van het bovenstaande acht de Commissie het gekozen middel niet noodzakelijk. Derhalve maakt verweerster verboden onderscheid op grond van ras door de taaleis die zij stelt als voorwaarde voor het in aanmerking komen voor een antikraak woning.
4 Oordeel
De Commissie Gelijke Behandeling spreekt als haar oordeel uit dat AK Beheer B.V. verboden onderscheid maakt op grond van nationaliteit en ras bij het aanbieden van antikraakwoningen.
Aldus gegeven te Utrecht op 10 oktober 2011 door mr. D. Ghidei, voorzitter,
in tegenwoordigheid van mr. L. van den Heuvel, secretaris.
mr. D. Ghidei mr. L. van den Heuvel