Situatie
Een man is werkzaam als taxichauffeur in loondienst en lid van FNV Bondgenoten, een werknemersorganisatie. FNV Bondgenoten heeft het lidmaatschap van de man beëindigd, onder andere vanwege zijn lidmaatschap van de Nederlandse Volks-Unie (NVU) en Voorpost.
Oordeel
De Commissie Gelijke Behandeling spreekt als haar oordeel uit dat FNV Bondgenoten jegens de man geen verboden onderscheid heeft gemaakt op grond van politieke gezindheid bij het lidmaatschap van een werknemersorganisatie.
Toelichting
Het lidmaatschap van NVU en Voorpost is voor FNV Bondgenoten (mede) aanleiding geweest om de man te royeren. Door daarbij rechtstreeks naar de politieke gezindheid van de man te verwijzen, heeft FNV Bondgenoten direct onderscheid gemaakt op grond van politieke gezindheid. De Commissie beoordeelt de zaak mede in het licht van artikel 11 EVRM en de uitleg die het EHRM daaraan heeft gegeven in de uitspraak in de zaak ASLEF tegen het Verenigd Koninkrijk. De Commissie oordeelt dat FNV Bondgenoten geacht kan worden een politieke grondslag te hebben als bedoeld in artikel 6a, tweede lid, aanhef en onderdeel b, AWGB. FNV Bondgenoten stelt aan het lidmaatschap de eis dat het lid niet in strijd mag handelen met de uitgangspunten en doelstellingen van de organisatie. Deze uitgangspunten en doelstellingen zijn tezamen bepalend voor de grondslag van FNV Bondgenoten.
De Commissie is daarom van oordeel dat het stellen van deze eis, gelet op het doel van FNV Bondgenoten, nodig geacht kan worden voor het verwezenlijken van de grondslag. Gezien verzoekers lidmaatschap van de NVU en Voorpost en de wijze waarop hij dat lidmaatschap uitdraagt, bijvoorbeeld door deel te nemen aan demonstraties van deze organisaties, heeft FNV Bondgenoten mogen concluderen dat de man niet voldoet aan de lidmaatschapseis. Niet kan worden gezegd dat FNV Bondgenoten deze eis in de praktijk niet consistent heeft toegepast. Tenslotte is gesteld noch gebleken dat het beëindigen van het lidmaatschap van de man heeft geleid tot onderscheid op grond van het enkele feit van ras, geslacht, nationaliteit, hetero- of homoseksuele gerichtheid of burgerlijke staat. FNV Bondgenoten heeft daarom mogen concluderen dat de beëindiging van het lidmaatschap van de man nodig was voor de verwezenlijking van de grondslag.