Situatie
Een man, die woonwagenbewoner is, heeft de wooncorporatie benaderd over de vraag of er in een nieuwbouwproject nog grond over was. Verzoeker wilde deze grond kopen en er zes tot acht woonwagens vestigen. Tevens wilde verzoeker huurwoonwagens van de wooncorporatie kopen. De man is doorverwezen naar een adviesbureau. De wooncorporatie heeft er voor gekozen de verhuur, het beheer en het onderhoud van de woonwagenlocaties onder te brengen bij dit adviesbureau. De man meent dat het bureau is ingeschakeld om woonwagenbewoners af te schepen en aan het lijntje te houden, wat volgens hem discriminatie van een bevolkingsgroep is.
Oordeel Commissie
De Commissie oordeelt dat niet is gebleken dat jegens de man onderscheid op grond van ras is gemaakt bij het aanbieden van goederen en diensten.
Toelichting
De Commissie oordeelt dat er sprake is van onderscheid op grond van ras indien personen, die behoren tot de bevolkingsgroep van woonwagenbewoners, ongelijk worden behandeld. De man behoort tot deze bevolkingsgroep en stelt dat hij ongelijk behandeld is. De Commissie oordeelt dat er geen sprake is van ongelijke behandeling enkel omdat verweerster gebruik maakt van het adviesbureau om de contacten met huurders van woonwagens te onderhouden. De wooncorporatie heeft verder verklaard dat zij geen samenwerking wil met de man, omdat hij zijn standplaats heeft moeten verlaten wegens hennepteelt en dat het feit dat de man woonwagenbewoner is daarbij geen rol heeft gespeeld. De Commissie oordeelt dat niet is gebleken dat de wooncorporatie de man ongelijk heeft behandeld omdat hij woonwagenbewoner is.