Situatie
Een vrouw heeft een uitzendovereenkomst met Timing Uitzendteam B.V. om als callcenter medewerker bij Hotelbon Leisure B.V. te gaan werken. De eerste dag startte met een training. Voordat de training begon heeft de callcenter manager van Hotelbon met de vrouw een gesprek gehad. Tijdens dit gesprek heeft de vrouw gemeld dat zij zwanger is en heeft de callcenter manager tegen de vrouw gezegd dat zij naar huis kon gaan en niet meer terug hoefde te komen. De vrouw heeft hierop het uitzendbureau op de hoogte gesteld, waarop in eerste instantie geen reactie is gekomen. Later vroeg de vrouw waarom er geen reactie kwam en heeft zij gevraagd of het uitzendbureau het terecht vindt dat zij naar huis is gezonden omdat zij zwanger is. Het uitzendbureau heeft hierop aangegeven niets voor de vrouw te kunnen doen omdat Hotelbon beslist.
Oordeel
De Commissie spreekt als haar oordeel uit dat Timing Uitzendteam B.V. jegens de vrouw verboden onderscheid op grond van geslacht heeft gemaakt bij de arbeidsomstandigheden door haar klacht over ongelijke behandeling niet zorgvuldig te behandelen.
Toelichting
Het verbod van onderscheid bij de arbeidsomstandigheden houdt in dat een werkgever zorg moet dragen voor een werkomgeving waarin niet wordt gediscrimineerd. Dit betekent dat het uitzendbureau als werkgever klachten van de vrouw over discriminatie door Hotelbon zorgvuldig moet onderzoeken. Het uitzendbureau heeft in reactie op de klacht van de vrouw zonder onderzoek het standpunt van Hotelbon overgenomen. Het uitzendbureau schrijft de uitzendkracht dat zij er zelf voor heeft gekozen pas in een later stadium aan Hotelbon te vertellen dat ze zwanger is en dat Hotelbon goede redenen kan hebben om verzoekster in verband met haar zwangerschap te laten uitstromen. De Commissie oordeelt dat het uitzendbureau niet heeft voldaan aan de verplichting om klachten over discriminatie zorgvuldig te behandelen. De vrouw heeft bij de Commissie ook een oordeel gevraagd over het handelen van Hotelbon Leisure B.V.. De Commissie heeft in die zaak een oordeel gegeven met nummer 2012-15.