Oordelen

Oordeelnummer 2010-128
Een bedrijf heeft geen verboden onderscheid op grond van leeftijd gemaakt door het treffen van een compensatieregeling voor het wijzigen van de vakantiedagen-, leeftijdsvakantiedagen- en ADV-regeling.

Een bedrijf heeft zijn regime van vrije dagen gewijzigd, waarbij de leeftijdsvakantiedagen geheel zijn afgeschaft en de ADV-dagen grotendeels. Het bedrijf heeft in verband met deze wijziging een compensatieregeling getroffen, waarbij de werknemers op individuele basis financieel worden gecompenseerd voor het werkelijk aantal dagen dat zij minder hebben, in vergelijking met de situatie daarvoor. Een werknemer heeft aangevoerd dat in de compensatieregeling onderscheid op grond van leeftijd wordt gemaakt, nu hierin een financiële vergoeding is opgenomen voor in het verleden genoten leeftijdsvakantiedagen. Collega’s die ouder zijn dan de werknemer ontvangen een hogere financiële vergoeding, omdat zij recht hadden op meer leeftijdsvakantiedagen.
De werknemer stelt dat hij gedurende de rest van zijn dienstverband met het bedrijf financieel nadeel zal ondervinden van deze regeling.
De Commissie oordeelt dat in de compensatieregeling onderscheid op grond van leeftijd is gemaakt, maar dat dit leeftijdsonderscheid objectief gerechtvaardigd is. Hierbij heeft voor de Commissie gewogen dat de compensatieregeling kan worden beschouwd als een overgangsmaatregel, met het karakter van een afbouwregeling. Het leeftijdsonderscheid zal na verloop van een aantal jaren verdwijnen, bijvoorbeeld omdat een werknemer het maximum van zijn schaal heeft bereikt.
Op grond hiervan concludeert de Commissie dat het bedrijf geen verboden leeftijdsonderscheid heeft gemaakt.

Oordeelnummer 2010-127
Middelbare school heeft onvoldoende zorgvuldig onderzocht of leerling met chronische ziekte mee kon doen aan internationaal uitwisselingsprogramma.

Een vijftienjarige jongen die op het VWO zit, doet mee aan een project waaraan een internationaal uitwisselingsprogramma met Spanje gekoppeld is. Hij lijdt aan het Syndroom van Asperger.
De school meent dat met name de sociale aspecten van de uitwisseling, waarbij de leerling zou verblijven bij een gastgezin in Spanje, een probleem zullen vormen als de leerling aan de uitwisseling meedoet. De school in Spanje zegt geen gastgezin te kunnen bieden. De ouders bieden aan een Spaanssprekende begeleider mee te sturen, die in een hotel zou verblijven. De school in Nederland interpreteert dit als een aanbod om de zoon en de begeleider apart in een hotel te plaatsen en wijst het aanbod af. De ouders van de leerling zeggen vervolgens dat zij een gastgezin voor hun zoon voor ogen hadden, zodat zo weinig mogelijk onderscheid zou worden gemaakt  ten opzichte van andere leerlingen. De school zegt dat een gastgezin uitgesloten is. De communicatie over de uitwisseling vindt grotendeels per e-mail plaats. Ter zitting blijkt dat de school de optie om de leerling met een begeleider apart in een hotel te plaatsen, toch wel als mogelijk compromis had gezien. Ook de ouders zouden hiervoor open hebben gestaan. Inmiddels heeft de uitwisseling zonder de leerling plaatsgevonden. De Commissie oordeelt dat het op de weg van de school had gelegen dit compromis nader te onderzoeken. Nu de school dit niet heeft gedaan, heeft zij haar onderzoek naar doeltreffende aanpassingen onvoldoende zorgvuldig afgerond.  

geprint van: http://www.cgb.nl/oordelen/tekst/2000-04.html