Een van de vragen bij een verzoek om een oordeel, is of de Commissie het verzoek in behandeling kan nemen. Oftewel: of de CGB bevoegd is? Of de CGB in uw geval - waarschijnlijk - bevoegd is kunt u nagaan met de toets 'Is mijn klacht ontvankelijk?'
Gronden
Een verzoek aan de CGB moet gaan om discriminatie op een van de gronden die in de gelijkebehandelingswetgeving genoemd zijn:
- geslacht
- ras
- nationaliteit
- godsdienst
- levensovertuiging
- politieke overtuiging
- seksuele gerichtheid
- burgerlijke staat
- arbeidsduur, of u voltijd of deeltijd werkt (sinds 1 november 1996)
- vast of tijdelijk arbeidscontract (sinds 22 november 2002)
- handicap of chronische ziekte (sinds 1 december 2003)
- leeftijd (sinds 1 mei 2004)
- Dus: wordt iemand niet de bus ingelaten vanwege het meenemen van een hond, dan is de Commissie niet bevoegd; dit heeft niets te maken met discriminatie op grond van bijvoorbeeld ras, leeftijd of een van de andere hierboven genoemde gronden. Er is wel sprake van discriminatie als het om een blindengeleidehond gaat en de eigenaar gehandicapt is.
Terreinen
Ook als het wél om een van de hierboven genoemde gronden gaat, kan het zijn dat de Commissie niet bevoegd is om te oordelen. In algemene zin is wettelijk bepaald dat de Commissie alleen verzoeken in behandeling kan nemen als ze spelen op de terreinen:
- werk
- aanbieden van goederen (auto) of diensten (verzekering)
- (beroeps)onderwijs.
Dus: gaat het om een buurman die jou, een Iraniër, op straat uitscheldt en roept: “Ga terug naar je eigen land!”, dan is de discriminatiegrond nationaliteit aanwezig, maar heeft het niets te maken met werk, het aanbieden van goederen of diensten of het onderwijs. De Commissie is dan niet bevoegd om te oordelen.
Niet alle gronden op alle terreinen
Niet alle gronden zijn op alle terreinen beschermd. Bijvoorbeeld: bij de discriminatiegronden handicap of chronische ziekte en leeftijd, kan men geen beroep doen op de CGB wanneer men gediscrimineerd wordt bij het aanbieden van goederen of diensten. Bijvoorbeeld gehandicapten die met het openbaar vervoer reizen en onvoldoende tegemoet worden gekomen.
Toetsen aan de wet
Het kan heel goed zijn dat iemand gediscrimineerd wordt, maar dat de Commissie daar geen oordeel over mag geven. De CGB kan alleen toetsen aan de wet. Ook wanneer de discriminatie heeft plaatsgevonden vóór de datum dat een bepaalde wet in werking is getreden (zie hierboven) is de Commissie niet bevoegd. Bijvoorbeeld wanneer leeftijdsdiscriminatie heeft plaatsgevonden vóór 1 mei 2004.
Eenzijdig overheidshandelen
Als de klacht gaat om handelingen van de overheid naar burgers toe, het zogenaamde eenzijdig overheidshandelen, kan men zich ook niet met succes tot de Commissie wenden. Bijvoorbeeld als iedereen in de straat van de gemeente een dakkapel mag bouwen, maar de enige homoseksuele man niet. Ook in dit geval is de Commissie onbevoegd.
Er is één uitzondering op deze regel: als men meent dat het om discriminatie door de overheid op grond van ras gaat kan de Commissie een onderzoek instellen. Daarbij moet de Commissie zich wel beperken tot het -brede- gebied van de sociale bescherming en sociale voordelen. Tot de sociale bescherming horen alle aspecten van:
- gezondheidszorg
- welzijn
- sociale zekerheid
- sociale voorzieningen
Zo diende in het eerste oordeel van 2008 (
2008-1) bij de Commissie een zaak die ging over een gemeente die ID-ers (degenen die vroeger een Melkertbaan zouden hebben gehad) aan nieuwe banen zou helpen, maar daarbij op grond van ras zou discrimineren. Vrouwen van Turkse en Marokkaanse afkomst zouden minder kansen krijgen dan anderen. In dat geval is de Commissie wel bevoegd om te oordelen.
CGB kan geen oordeel geven
Soms is de Commissie wel bevoegd, maar kán zij geen oordeel vellen. Het kan hierbij gaan om een klacht die helemaal niet onderbouwd is. Of om een klacht waarbij de verzoeker om een oordeel te weinig belang heeft. De Commissie stelt dan geen onderzoek in. Als een alleenstaande vrouw in een restaurant door de bediening altijd aan een vervelend tafeltje in een hoekje wordt gezet, zou zij weleens onvoldoende belang kunnen hebben om te klagen. Zij wordt verder gelijk aan anderen behandeld en de gedraging van de restauranthouder is onvoldoende 'stuitend'.
Ook als er lange tijd tussen de mogelijke discriminatie en het verzoek in zit, is het waarschijnlijk dat men weinig succes heeft bij de Commissie.
In de meeste van de hierboven genoemde gevallen krijgt een verzoeker een zogenaamde KO-brief of een KO-oordeel (kennelijk ongegrond). Dit wil zeggen dat de zaak verder niet onderzocht wordt.
Onderste steen boven
Dit alles neemt niet weg dat het in heel veel gevallen de moeite waard kan zijn om de Commissie om een oordeel te vragen. Ook in moeilijke gevallen stelt de Commissie alles in het werk om de onderste steen boven te krijgen.